↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

De overheid communiceert aan ons

Louise Cornelis Geplaatst op 3 december 2009 door LHcornelis3 december 2009  

Volgens mij kun je alleen communiceren met iemand, niet aan, naar of tegen iemand. En je kunt volgens mij ook niet iets communiceren, alleen maar over iets. Anders gezegd: communiceren is tweerichtingsverkeer. En nee, dit wordt niet alwéér een post waarin ik een taalergernis ga spuien, ook al erger ik me regelmatig over een boodschap communiceren aan.

Nee, ik wil het hebben over het boek Nieuwe aanpak in overheidscommunicatie. Mythen, misverstanden en mogelijkheden, van Bert Pol en Christine Swankhuisen en Peter van Vendeloo (overheids communicatie staat er op de voorkant, maar ik zal verder niet zeuren). Vanuit mijn interpretatie van het woord communicatie verwachtte ik dus iets over de manier waarop de overheid met ons communiceert, en dat leek me wel interessant. Ik had onder andere verwachtingen over de manier waarop de overheid interactieve webtoepassingen inzet, dat leek me wel vernieuwend.

Het duurde niet heel lang voordat tot me doordrong dat mijn verwachtingen verkeerd waren, en dat ik geen boek over communicatie zat te lezen, maar over iets wat ik voorlichting zou noemen: eenrichtingsverkeer, waarin de overheid probeert het gedrag van burgers te beïnvloeden. Ergens rond pagina 18 ging het kwartje bij mij vallen, door een formulering als ‘communicatiecampagnes gericht op grote groepen’. Aha, het gaat over Postbus 51, zeg maar. Wat jammer. Nouja, kwestie van verwachtingen bijstellen en verder lezen. En is het woord voorlichting taboe?

Gaandeweg dat verder lezen ging ik denken: door geen helder onderscheid te maken voorlichting en communicatie ontstaan problemen. Dat versluiert namelijk, en beperkt het zien van oplossingsmogelijkheden. Want in de loop van het boek blijkt hoe ontzettend problematisch voorlichting/communicatie is als middel om burgers te beïnvloeden. Ik licht er één klein dingetje uit.

Aan het inleiding van het boek staat ‘Waardoor, wanneer, onder welke omstandigheden en met welke technieken is communicatie in staat tot beïnvloeding van gedrag, attitudes en kennis?’ Nou, zit ik dan te denken, daar is communicatie heel goed in. Dé manier om echt iets te veranderen, is met persoonlijke begeleiding. Afvallen doe je met behulp van een diëtiste, je leven of werken veranderen met een therapeut of coach, en sporten met een personal trainer. Persoonlijke communicatie is de sleutel tot veranderen. Maar daar gaat het dus niet over.

Wel gaat het in het boek over interactie: groepsbijeenkomsten en internettoepassingen. Dat zijn duidelijk ondergeschoven kindjes en alleen maar probleem-probleem-probleem. Dat is al te zien in de inhoudsopgave. Het betreft hoofdstuk 10 en 11, helemaal achteraan, en paragraaftitels zijn bijvoorbeeld ‘Persoonlijke communicatie met groepen: het middel is vaak erger dan de kwaal’, ‘schadelijke groepsdynamische effecten’, ‘Maakt internetgebruik mensen minder sociaal?’ en ‘Internet: geen wondermiddel’.

Als je vanuit ‘communicatie = voorlichting’ denkt, is dit begrijpelijk: internet en groepsbijeenkomsten zijn daar een afgeleide van. Maar als je het omdraait, en uitgaat van ‘communicatie = tweerichtingsverkeer, zeker als het gaat om gedragsbeïnvloeding’, dan zouden dit bij wijze van spreken hoofdstuk 1 en 2 moeten zijn. De centrale vraag zou dan zijn: op welke manier is het effect van persoonlijke communicatie te bereiken met de middelen die de overheid tot haar beschikking heeft?

Dan krijg je dus een heel ander verhaal, en volgens mij zou dat heel veel nieuwe inspiratie bieden. Dan zou je dus bijvoorbeeld gaan zien dat iemand van de afdeling communicatie, die is opgeleid om voor te lichten, niet de beste persoon is om een groepssessie te leiden. Een ambtenaar met verstand van het dossier ook niet. Een groep in goede banen leiden is een vak. En internet is misschien geen wondermiddel, maar wel een manier om door middel van een community een nieuw soort sociale verhouding te creëren waarin nieuwe vormen van beïnvloeding mogelijk zijn. Die ontstaan nu zonder dat de overheid er wat mee kan, met alle gevolgen van dien. Voor rond de recente vaccinatiecampagnes tegen griep en baarmoederhalskanker keek de overheid machteloos toe hoe er op internet werd getwijfeld aan het nut en de veiligheid van de vaccinaties.

Zo lang de overheid denkt dat zij ‘communicatie’ van bovenaf kan bepalen, blijft het modderen. Want dat wordt ook wel duidelijk in het boek: voorlichting is ontzettend lastig. Er staat eigenlijk maar één voorbeeld in van een echt succesvolle campagne, die over de Bob. Het boek bevat veel theorie over gedragsbeïnvloeding en ook daaruit blijkt dat het bijvoorbeeld heel lastig is om automatisch gedrag van mensen met weinig betrokkenheid bij het onderwerp te veranderen, zeker als ze laag opgeleid zijn. Het overzicht van die literatuur is heel nuttig.

De auteurs prikken vooral heel veel vastgeroeste ideeën over overheidsvoorlichting door, om zo ruimte te maken voor nieuwe benaderingen. Eén zo’n vastgeroest idee is bijvoorbeeld dat jip-en-janneketaal de oplossing is van het communicatieprobleem. Met instemming lees ik hoe de auteurs dat en andere gangbare opvattingen verwerpen. Maar hoe het er in de praktijk dan wel uit zou moeten zien, blijft schimmig: de inzichten uit de wetenschappelijke literatuur moeten nog naar de praktijk vertaald worden.

En wat mij betreft had dus één centraal idee ook nog doorgeprikt moeten worden: dat communicatie en voorlichting hetzelfde zijn, c.q. dat communicatie iets is wat de overheid eenzijdig bepaalt en vormt. Jammer dat dat niet gebeurd is.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Twitteratuur

Louise Cornelis Geplaatst op 3 december 2009 door LHcornelis3 december 2009  

Leuk: de wereldliteratuur op z’n twitters.

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Leukigheidjes

Louise Cornelis Geplaatst op 23 november 2009 door LHcornelis23 november 2009  

Afgelopen vrijdag postte ik een taalergernis, dus ik dacht: laat ik vandaag ter compensatie een paar leukigheidjes posten:

  • Ik vind de reclame van Eneco erg leuk – met nederlandse uitdrukkingen waarin wind een rol speelt letterlijk in steenkolenengels vertaald. It does not lay them windeggs! (Terzijde over reclame: waar blijft de KPN met een nieuwe opvolger voor goeiemoggel, afdelingTransploft? De buffel gaat nou al erg lang mee en is wat flauw. Of is-ie uitgemolken? En als ik het dan toch over reclame heb: de overheid kan nog wel wat leren, want de ‘Het begint met taal’-spot was terecht geen lang leven beschoren).
  • Ander leukigheidje: de Taalunie geeft elk jaar een krantje uit over taal, Taalpeil. De editie van dit jaar, eind oktober verschenen, gaat over taalvariatie: al die verschillende soorten Nederlands, in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Het is een leuk, leesbaar blaadje en het staat vol met feitenmateriaal – en het is ook online te verkrijgen!
Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Wetenschappelijke teksten tussen saai en stijlvol

Louise Cornelis Geplaatst op 19 oktober 2009 door LHcornelis19 oktober 2009 1

Interessante discussie in NRC Handelsblad. Die begon in september met publicatie van een lezing van Marita Mathijsen waarin zij betoogt dat wetenschappelijke teksten ervan zouden opknappen als de schrijvers zich zouden bedienen van meer literaire middelen: persoonlijker, meer stijlfiguren en retorische middelen, een grotere helderheid, meer creativiteit.

Afgelopen zaterdag stond er een reactie van Ad Lagendijk in de krant. Hij betoogt dat wetenschappelijk proza juist zo stereotiep mogelijk moet zijn, opdat bijvoorbeeld ook lezers waarvan Engels (want daarover gaat het natuurlijk vooral) niet de moedertaal is ermee uit de voeten kunnen. Wetenschappers leren juist een kenmerkend soort clichés aan, steriel en vol met jargon. Buitenstaanders vinden dat maar niks, maar daar zijn zulke teksten dan ook niet voor geschreven.

Mathijsen reageert op haar beurt weer. Zij verduidelijkt dat ze niet pleit voor ‘mooischrijverij’, maar in de eerste plaats voor helderheid. Daarnaast is beheersing van stijl en kunnen variëren gewoon vakmanschap.

Ik ben geneigd om met Mathijsen mee te gaan. Mij valt op aan onervaren wetenschappelijke schrijvers (en overigens ook in het bedrijfsleven) dat zij een overtrokken idee hebben van neutraliteit en objectiviteit. Mathijsen schrijft dat élke schrijver, ook de allersaaise beta-schrijver, aan de lopende band beslissingen neemt over de positionering van de feiten in de tekst. Totale neutraliteit/objectiviteit bestaat bij schrijven niet (überhaupt niet, maar dat terzijde). Panische angst voor kleur bekennen leidt tot het meest kleurloze proza mogelijk. En daar zitten schrijvers hun lezers wel degelijk mee dwars.

Een paar jaar geleden las ik met een groepje post-HBO-studenten Nederlands een ‘echt’ wetenschappelijk artikel, hun eerste. Het ging om taalkunde. Het was in het Nederlands, dus dat was het probleem niet. En dom waren die studenten ook niet. Toch hadden ze enorme moeite gehad met het artikel. Ze konden feilloos aanwijzen waar hem dat in zat: de grote complexiteit van de zinnen. We namen er een paar onder de loep, en inderdaad: er zaten zinnen in van het type dat Mathijsen omschrijft als ‘schuurpapier’. Haar voorbeeldzin analyseert ze als volgt:

Driemaal ‘in’ binnen vijf woorden, daarna een beknopte bijzin met daarin nog een bijstelling gewrongen.

Wie heeft daar baat bij? Niemand toch? Ook iemand die een tekst leest in een taal die niet zijn moedertaal is.

Mij lijkt het een zaak van vakmanschap om complexe gedachten begrijpelijk op te schrijven. Want dat was de indruk van de studenten, en ik moest hen gelijk geven: iemand die zo ingewikkeld schrijft, wil vooral heel slim overkomen. Dat anderen gaan denken: tsjonge, wat ingewikkeld, zeg, wat heeft die man complexe gedachten!

Anders gezegd: er zit veel egovertoon in wetenschappelijke teksten. En/of angst, voor subjectiviteit of om niet serieus genoeg genomen te worden. Plus wat groepsgedrag: ‘wie dit kan lezen, hoort bij onze club’. Dat zijn op zich legitieme belangen van de schrijver. Van de _schrijver_. Een lezer is meer gebaat bij waar Mathijsens voor pleit: stijl.

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 1 reactie

Positief geluid

Louise Cornelis Geplaatst op 15 oktober 2009 door LHcornelis15 oktober 2009  

In de afgelopen weken verscheen er een artikel in de krant waarvan ik dacht: goh, dat zou ik op dit weblog wel letterlijk willen overnemen, zo leuk – eindelijk eens iets positiefs over de schrijfvaardigheid van ‘de jeugd van tegenwoordig’. Welnu, overnemen hoeft niet, want het staat online: http://www.nrcboeken.nl/nieuws/revolutie-iedereen-schrijft-nu-voor-de-lol

Lezen!!! Helemaal mee eens: ‘ze’ schrijven niet slechter dan wij, ze schrijven alleen ánders – ze kunnen dingen die wij niet kunnen, en zeker niet deden toen wij zo jong waren.

(Jammer dat er niet bijstaat welk artikel uit Reading and Writing bedoeld wordt; ik heb dat nu niet kunnen vinden. De Stanford Study of Writing wel.)

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Leestip: simpel schiet door

Louise Cornelis Geplaatst op 21 september 2009 door LHcornelis21 september 2009 1

Vorige week zaterdag stond er in NRC Handelsblad een interview waarin neerlandicus Peter Zuijdgeest de stelling verdedigt dat de overheid doet alsof heel Nederland laaggeletterd is. De roep om simpele overheidsteksten is volgens Zuijdgeest te ver doorgeschoten: hoger opgeleiden nemen de teksten niet meer serieus, en de complexe werkelijkheid is niet altijd in jip-en-janneke-taal uit te leggen.

Interessant artikel, en ik kan me in Zuijdgeests betoog goed vinden. Ik hoor zelf de roep om steeds simpeler taal niet zo vaak, maar wel een vergelijkbare: het moet op 1 A4 passen. Dan zeg ik wel eens: ik ben blij dat Einstein dat niet heeft gedaan met de relativiteitstheorie, want dan had écht niemand het begrepen.

En naast de overheid kan ook het bedrijfsleven er wat van. Zuijdgeest geeft voorbeelden van een woordenlijstje waarin terrorisme en radicalisering worden uitgelegd; alle voorheen-Postbankklanten kregen een woordenlijstje van de ING waarin stond uitgelegd dat hun giroafschrift voortaan rekeningafschrift zou heten. Daar heb ik toen toentertijd ook hartelijk om gelachen.

Moraal: simpel is goed, maar te simpel niet.

Geplaatst in Leestips | 1 reactie

Leuk nummer van Tekstblad

Louise Cornelis Geplaatst op 4 september 2009 door LHcornelis4 september 2009  

Fraaie aflevering van Tekstblad dit keer (nummer 4 van 2009), met onder andere een artikel over twee onderwerpen waar ik ook al over schreef: hoe het gebruik van de lijdende vorm gunstig kan zijn voor het bedrijfsimago en hoe makkelijke teksten juist moeilijk zijn. Blijft allebei interessant en leuk om te lezen. Verder nog een paar andere aardige artikelen, onder andere over je versus u in zakelijke teksten, digitale uitzendbureaus en netwerken van tekstschrijvers en ondertitelen voor slechthorenden. Met plezier gelezen, dus!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Artikeltip: Creatief schrijven in de gevangenis

Louise Cornelis Geplaatst op 24 augustus 2009 door LHcornelis24 augustus 2009  

Geen heel boek, maar wel een artikel als leestip. Ik heb het al eens eerder gehad over het positieve effect op je geestelijke gezondheid van schrijven. In Psychologie Magazine van deze maand staat daar nu een mooi voorbeeld van beschreven. In Amerikaanse gevangenissen wordt creatief schrijven wel benut in het traject om gedetineerden voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij. Met zeer goede resultaten. Door creatief schrijven ontdekken de deelnemers wat ze wél kunnen; het is vooral goed voor hun zelfvertrouwen.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Leesbaarheid voorop

Louise Cornelis Geplaatst op 10 augustus 2009 door LHcornelis10 augustus 2009  

Het woord leesbaar heeft twee betekenissen; in het Engels vertaal je het dan ook met readability of legibility. Legibility slaat op de fysieke aspecten van een tekst, dus bijvoorbeeld hoe groot het lettertype is. Een al te klein lettertype of te weinig contrast (gele lettertjes op een witte achtergrond) maken een tekst onleesbaar. Readability is de begrijpelijkheid van een tekst voor de lezer. De spreekwoordelijke Jip-en-Janneke-teksten zijn zeer goed leesbaar, wetenschappelijke teksten veel minder.

Van het boek Leesbaar schrijven van Bart Defrancq en Greet van Laecke gaat één hoofdstuk over legibility. Het heet ‘het oog wil ook wat’ en begtoogt dat teksten beter leesbaar zijn als ze sober en interactief zijn (p. 50). Wat de auteurs bedoelen met ‘interactief’ is niet duidelijk; de soberheid wordt in het hoofdstuk uitgewerkt voor bladspiegel, lay-out van de hiërarchische onderdelen van de tekst (een hoofdstukkop ziet er anders uit dan een paragraafkop), lettertype, regelafstand en elementen die niet tot de lopende tekst behoren, zoals tabellen en voorbeelden.

De rest van het boek gaat over readability. De auteurs introduceren verschillende leesbaarheidsformules. Dat zijn berekeningen op basis van onder andere aantal woorden in een zin en aantal lettergrepen per woord. Daar komt dan een score uit voor de tekst die aangeeft voor welke doelgroep deze geschikt is. Zulke formules zijn heel praktisch want makkelijk te berekenen (computers doen het werk), maar er is in de wetenschap veel discussie over en er wordt zeer verschillend gedacht over de relevantie ervan. Een stemming erover van Onze Taal bleef bijvoorbeeld onbeslist, en een veelgebruikt meetinstrument, Texamen, wordt vanuit de wetenschap sterk bekritiseerd. Probleem is immers dat simpelweg tellen niets zegt over bijvoorbeeld de structuur van zinnen en woorden: sommige lange zinnen of woorden zijn heel makkelijk te begrijpen, terwijl korte woorden lastig kunnen zijn.

Leesbaar schrijven relativeert het belang van formules wel, maar toch spelen ze in het boek een belangrijke rol. Bij opdrachten staat bijvoorbeeld dat je herschrijving een bepaalde score moet halen. Ik vind dat op z’n minst twijfelachtig. Vanwege dus dat beperkte nut van leesbaarheidsformules, maar ook omdat er bij de opdrachten dan niet bij staat voor welke doelgroep een tekst is. In het boek staat wel dat je voor hoger opgeleide publieken moet oppassen ze niet te beledigen door al te makkelijk te schrijven, maar in de praktijk van de uitwerkingen blijkt daar verder niets meer van. En dan kun je dus, zoals in een voorbeelduitwerking, het lange en vreemde woord acquisitie vervangen door aankoop (p. 128, 129), maar ik denk dat niemand die daadwerkelijk aan acquisitie doet, daarop zit te wachten.

Het boek behandelt daarna hoe voor tekst, zin en woord de leesbaarheid kan worden bevorderd. Daar zitten een boel aardige en belangwekkende suggesties bij, al is het verre van compleet. Wat precies een tekst leesbaar maakt, daar is de wetenschap nog amper over uit, laat staan dat het onderwerp volledig is uit te diepen in een hoofdstuk van 15 pagina’s.

De hoofdstukken over zin en woord zijn naar mijn smaak wat al te melig doordat de ziekte-metafoor te ver en te lang wordt doorgezet: leesbaarheidsproblemen zijn allemaal ‘aandoeningen’ waar ‘patiënten’ aan lijden en waarvan de ‘pijn’ verzacht wordt op voorwaarde van het voorkomen van ‘nevenwerkingen’ en ‘complicaties’. Eén van de adviezen is om abstracte zaken te illustreren met beeldspraak (p. 118/119) – maar dit is voor mij over the top; ik voel me niet serieus genomen. Overigens draagt het wel erg grote lettertype daar ook enigszins aan bij: een boek over leesbaarheid is toch niet voor kleuters?

De behandelde onderwerpen zijn behartigenswaardig, en wat goed en apart is, is dat de leesbaarheidsproblemen zijn benoemd in kenmerkende termen, dus als verschijnsel, en niet als oorzaak. Ik bedoel: de meeste schrijfhandboeken behandelen stilistische en grammaticale verschijnselen als problemen; dit boek behandelt de indruk die de tekst maakt. Dus niet paragrafen over ‘lange zinnen’, maar over ‘rijgkoorts’: teksten die de indruk maken dat de schrijven bang is om zaken onvolledig voor te stellen (p. 91) of ‘abstractie’: de fobie van teksten voor namen van mensen en zaken (p. 107).

Overeenkomst met de meeste andere schrijfhandboeken is dan weer wel dat er veel hocus-pocus-herschrijvingen in staan, gevolgd door de opdracht ‘en doe het nu zelf’, maar dat er niet echt een recept is voor hoe je probleemzinnen kunt aanpakken. Waar komt die herschrijving nou precies vandaan, dus precies hoe verbeter je nou een zin? Ja, met behulp van de creativiteit en het taalgevoel van de schrijvers. Maar probleem is nou juist dat een heleboel zakelijke schrijvers en schrijvende professionals niet zo creatief zijn, en al lang blij zijn dat ze die ene zin op papier hebben gekregen. En nou blijkt-ie ziek en moet-ie anders – je zou wel van minder writer’s block krijgen.

Achterliggende probleem daarvan is dat het knutselen aan zinnen symptoombestrijding is. Het werkelijke probleem is vaak gelegen in het schrijfproces (te houterig en te veel gericht op het eruit wurmen van informatie in plaats van op de lezer), in irrationele ideeën over de tekst (‘als ik het simpel voorstel, denken ze dat ik dom ben’) en in tegenstrijdige belangen rond de tekst (variërend van gerichtheid op consensusvorming tot ‘zo moet het van de juridische afdeling’). Zo lang je die echte oorzaken niet aanpakt, is knutselen aan zinnen een grote inspanning met weinig rendement.

Wel weer leuk aan Leesbaar schrijven zijn de talloze voorbeelden, allemaal uit het echte leven en zeer herkenbaar. Een stoet aan slechte stukjes brochures, websites en brieven passeert de revue. Er is op dit gebied nog veel werk te doen. Als Leesbaar schrijven daar een bijdrage aan levert: geweldig. Het boek is daar zeker op gericht en is één van de weinige schrijfhandboeken dat zo consequent is in de gerichtheid op de leesbaarheid. Wat dat betreft goed dat het er is. Maar ik ben van de uitwerking niet heel erg onder de indruk.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Een anti-PowerPoint-boek?

Louise Cornelis Geplaatst op 4 augustus 2009 door LHcornelis4 augustus 2009 3

Toen ik Echte leiders gebruiken geen PowerPoint in de boekwinkel zag staan, móest ik het kopen natuurlijk, als auteur van twee boeken over PowerPoint: de titel staat er in grote letters voorop, voorzien van een enorm uitroepteken. De ondertitel, ‘Een krachtige visie op presenteren’, beloofde nog meer.

Alleen al voor die voorkant is het boek de moeite waard, zo bleek me al. Ik had het bij me om in de trein te lezen onderweg naar een training. Op die training ging het er op een bepaald moment over hoe belangrijk het nou eigenlijk was om je PowerPoint-materaal tot in de puntjes goed gestructureerd en verzorgd te hebben. Op dat moment toverde ik dit boek uit de hoge hoed. Het gaat níet om wat je maakt in Powerpoint.

Het gaat wél om goed presenteren. Auteur Christopher Witt gebruikt voorbeelden van beroemde, krachtige speeches: probeer je Martin Luther King, Kennedy of Obama maar eens voor te stellen met PowerPoint-bullets, dan zie je meteen waar het bij presenteren wel en niet om gaat. Niet iedereen heeft dat talent en charisma, maar er is wel veel aan te leren en te ontwikkelen. Een sterk verhaal brengen bijvoorbeeld, maar ook ‘nee’ durven te zeggen als je gevraagd wordt om te presenteren en je ziet dat niet zitten. PowerPoint kan geen bezieling maken waar die niet is.

Volgens Witt draait het bij een goede presentatie om de persoon van de spreker, die op eigen wijzen een inhoud brengt die onverwacht en helder is. Presenteren gaat in de eerste plaats om het betrekken van het publiek bij een nieuwe visie, en pas in de tweede plaats om het overbrengen van informatie. Powerpoint kan dat laatste wel, en daar kan het dus ook soms wel handig voor zijn. Witt bepleit dan het gebruik van visuele slides, niet bullets, en waarschuwt ervoor hoe veel tijd het kost om echt iets goeds te maken.

Ik ben het er allemaal heel erg mee eens, en vind het dan ook een inspirerend boek dat een stevige knuppel gooit in het hoenderhoek waarin alle kippen klakkeloos naar PowerPoint grijpen als ze moeten presenteren. Bij dat automatisme vraagtekens zetten is zeer terecht en broodnodig. Er is een bloedeloze presentatiecultuur ontstaan waarin sprekers wegkruipen achter eindeloze series bulletsheets en waarin ‘een presentatie voorbereiden’ gelijk staat aan ‘er PowerPoint-sheets uit rammelen’. Vraag aan mensen welke presentaties het meest gedenkwaardig voor ze zijn geweest, en dan noemen ze nooit die briljante bulletsheets. We moeten misschien met z’n allen Obama nog heel vaak zien om te gaan begrijpen dat het anders kan, anders moet.

Bij de vraag van mijn trainingsdeelnemers, of het nou wel echt zo belangrijk is dat het PowerPoint-materiaal goed gestructureerd is, zit echter een adder onder het gras. Nee, wat je maakt in PowerPoint is niet zo belangrijk. Maar dat mag geen excuus zijn voor een slecht gestructureerd verhaal. Het structureren van het materiaal, bijvoorbeeld volgens de strenge regels van het piramideprincipe, is een discipline die je als presenteerder sowieso moet opbrengen, of je nou PowerPoint gebruikt of niet. Het gaat meer om het denkwerk dat je verzet dan om de uiteindelijke uitkomst: een PowerPointpresentatie, gewoon een goed verhaal, een tekst, of wat dan ook. En ik denk dat Witt het daar op zijn beurt weer mee eens zou zijn.

En oja: iedereen die presenteert is een leider. Of zou dat op z’n minst voor de duur van de presentatie moeten willen zijn.

Geplaatst in Leestips, Presentatietips | 3 reacties

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑