↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Vrijdagmiddaglinks

Louise Cornelis Geplaatst op 5 juni 2015 door LHcornelis4 juni 2015  

Weer eens even twee waardevolle links, zo op de vrijdagnamiddag:

  • Ik heb al vaker verwezen naar het weblog Slidemagic; onlangs had Jan Schultink er een waardevolle post over hoe je een ‘slidument’ maakt, dus een rapport alsof het een presentatie is, of een presentatie zonder jou erbij. Bottom line: ga ervan uit dat de lezer een ongeduldige doorklikker is. Eerder al had hij een aanverwante post over lezen versus kijken.
  • Wout Sorgdrager heeft op zijn weblog een herkenbaar stuk over de weerbarstigheid van schrijftrainingen (‘zo doen we dat hier niet’). Eronder staat mijn recente Tekstblad-artikel vermeld, dat vind ik een eer. Dat artikel heeft me sowieso al flink wat reacties opgeleverd van tekst-collega’s, vooral dat ze het eerlijk vinden én herkennen. Erg leuk!
Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Schrijven als een sandwich

Louise Cornelis Geplaatst op 8 mei 2015 door LHcornelis8 mei 2015  

Via de (besloten) LinkedIn-groep van oud-McKinsey-communicatiespecialisten bereikte me de link naar een artikel waarin het piramideprincipe wordt vergeleken met een sandwich. Ik vind het wel een geslaagde uitleg, al zou ik graag het vlees vervangen door kaas. Het artikel betoogt vooral dat je over een complex onderwerp zo in één keer verschillende lezers kunt bedienen. Altijd leuk om dat van een ander te horen!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

PROA: mooi hulpmiddel, maar schrijf liever piramidaal

Louise Cornelis Geplaatst op 1 mei 2015 door LHcornelis1 mei 2015  

Bij een van mijn huidige opdrachtgevers werken ze met PROA, een ‘krachtige en overtuigende adviesaanpak’ – althans, dat is de ondertitel van het boek erover dat ik maar eens gelezen heb, want ik was wel benieuwd. Ik kende het nog niet en ik hoorde dat het een model is voor adviserend schrijven.

Mijn indruk van Wat is nu eigenlijk het probleem is dat PROA dat laatste niet is: ik vind het geen geschrikt model voor adviserend schrijven. Het lijkt me wel een nuttig analysemodel dat adviseurs kan helpen om helder te krijgen wat precies het probleem is dat ze helpen op te lossen. PROA staat voor Probleem-Risico-Oorzaak-Advies en door die stappen bewust te zetten kun je als adviseur het eigenlijke probleem opsporen en oplossen en voorkom je dat je bijvoorbeeld aan symptoombestrijding doet.

Ik vind het dus inderdaad een krachtige adviesaanpak, maar geen schrijfrecept – terwijl het dat wel wil zijn. Ik kijk natuurlijk door een bril die sterk is beïnvloed door het piramideprincipe. Die opdrachtgever wil daarnaar overstappen en dat lijkt me terecht. Daar zijn twee redenen voor:

  • Het piramideprincipe zorgt voor grotere lezergerichtheid. Door te presenteren met het advies aan het eind (de A van PROA) duurt het lang voordat de lezer/klant het antwoord op zijn adviesvraag te horen krijgt. PROA houdt de klant aan het lijntje, op dezelfde manier als de methodologische, academische volgorde dat doet. Klanten roepen een adviseur in om een probleem op te lossen, dus voor de A, en een adviseur moet het PRO-werk goed doen, maar geef die klant eerst maar de A, zou ik zeggen – daar help je hem mee. Het piramideprincipe heeft daarom een sterke voorkeur voor ‘hoofdboodschap voorop’ (zie verder paragraaf 2.2 van Adviseren met perspectief over de voors en tegens van ‘hoofdboodschap voorop’).
  • Het piramideprincipe zorgt voor stevigere argumentatie voor het advies. Het advies als zodanig is in PROA niet onderbouwd en ik vind het daarom ook niet altijd zo overtuigend. Het moet logisch voortvloeien uit de O, maar die logica is niet zichtbaar. Ik zie dat in de teksten van die opdrachtgever, en ook een voorbeeld op p. 90 vind ik op dit punt onvoldoende overtuigend.
    Het voorbeeld in het boek gaat om een probleem in de managementinformatie, waarvan de oorzaak is dat ‘de controllers niet vaardig genoeg zijn om de informatie te analyseren’. En dan volgt het advies: ‘Wij adviseren om de controllers een training aan te bieden, waarin zij leren de financiële informatie te vertalen naar de wensen van het management’. Ik denk dan: hoezo een training? Enerzijds denk ik dat omdat het mijn eigen vakgebied betreft, waardoor ik weet dat trainingen vaak een doekje zijn voor elk bloeden in een organisatie, met een twijfelachtig rendement. Anderzijds denk ik dat omdat ik als lezer behoefte heb aan onderbouwing van dit advies. Samen komt dat erop neer dat ik behoefte heb aan argumentatie voor het advies. Zijn er bijvoorbeeld andere organisaties die met een training dit probleem doeltreffend hebben verholpen? Dat zou me helpen te overtuigen. Nu denk ik: verkoopt deze adviseur soms ook trainingen?
    Voor mijn gevoel start het overtuigen pas bij het geven van het advies, terwijl het er bij PROA eindigt. Dat is onbevredigend, en PROA lapt zo bovendien eeuwen nadenken over overtuigingskracht (de oude Grieken begonnen daar al mee) aan zijn laars. Het piramideprincipe begint daar juist: op het advies volgt een waarom-vraag, en zo werk je aan de onderbouwende argumentatie.

Neemt niet weg dat het goed kan zijn om een heldere analyse te maken van het probleem, alvorens een oplossing te bedenken. Veel oplossingen zijn immers voorbarig. Als je PROA ziet als stappen van een adviestraject, zou je voor de P, de R, de O en de A allevier een aparte piramide kunnen maken, die je op verschillende momenten bespreekt met de klant, zodat je de uitkomsten van de analysestappen gezamenlijk vaststelt. PROA is dus zeker een nuttig analysemiddel, maar schrijf en presenteer liever klantgericht dan analytisch.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Politieke stijlkeuzes systematisch onderzocht

Louise Cornelis Geplaatst op 21 april 2015 door LHcornelis21 april 2015  

stijl en politiekAfgelopen donderdag was ik bij de promotie van Maarten van Leeuwen in Leiden. Leuk om daarbij te zijn – aangezien ik af en toe college geef in Leiden, ken ik Maarten als collega, en bovendien zijn we wetenschappelijk aan elkaar verwant: we delen een promotor, Arie Verhagen. Vandaar dat ik Maartens onderzoek, weliswaar vanaf de verre zijlijn, gevolgd heb, en uitkeek naar zijn proefschrift en promotie. Hier een verslag, en dat is ook bedoeld als reclame voor het boek, Stijl en politiek geheten.

Er was nog een tweede reden waarom ik naar de promotie uitkeek, en dat is omdat ik Maarten graag over zijn onderzoek hoor praten. Hij doet dat prettig, aansprekend en helder; hij deed dat donderdag ook weer in zijn lekenpraatje. Hetzelfde kan ik zeggen over hoe hij erover schrijft. Wat dat betreft stelde het proefschrift niet teleur: ook dat is zeer leesbaar.

Dat leesbare zit hem deels in de boeiende inhoud: niet alleen is er die inhoudelijke verwantschap, ook is zijn onderwerpskeuze pakkend. Het boek gaat namelijk over parlementaire toespraken van Wilders (die vooral), Vogelaar en Pechtold uit de laatste jaren, dus dat is actueel en herkenbaar materiaal.

Het leesbare zit hem ook in de – zeker voor een proefschrift – prettige stijl. Het zou interessant zijn om te kijken welke kenmerken van Maartens schrijfstijl die toegankelijkheid bewerkstelligen. ‘Toegankelijk’ is immers een globaal oordeel, in welke stijlkenmerken wordt dat concreet, en hoe verschillen die van andere, meer weerbarstige proefschriften? Zo’n vraag stel ik wel eens in trainingen, als iemand een globaal oordeel geeft over de leesbaarheid van een tekst. En precies die vraag staat centraal in Maartens onderzoek. Niet van zijn eigen proefschrift natuurlijk, maar van die toespraken.

Maarten pakte de zaak systematisch aan. In de eerste plaats baseerde hij zich niet op zijn eigen intuïtieve oordeel over de toespraken, maar op wat daarover gezegd werd door anderen, bijvoorbeeld in de parlementaire pers. Vandaar de keuze voor dit genre: daarover zijn globale oordelen vrijelijk beschikbaar.

Vervolgens ging hij aan de hand van een checklist na of een contrast in globaal oordeel ook zichtbaar was in de stijlkeuzes. Daarbij ging het niet om woordkeuze, zoals Wilders’ knettergek of kopvoddentax, maar om subtielere grammaticale (zinsbouw-)keuzes.

De contrasten waren:

  • Wilders als heldere spreker tegenover Vogelaar als wollige, in het ‘knettergek’-debat
  • Wilders als man van het volk met afstand tot de Haagse politiek, versus Pechtold als ras-politicus met juist wat afstand tot gewone mensen, in de Algemene Beschouwingen van 2008 en 2009
  • Wilders in de loop van zijn politieke carrière, waarin hij als steeds radicaler gezien wordt, vooral sinds 2007.

Inderdaad bleken deze contrasten in globale oordelen te relateren te zijn aan stilistische keuzes. Waar Pechtold bijvoorbeeld in typisch Haags jargon praat (‘Als je herprioriteert en intensiveert, geef dan ook aan waar dat vervolgens weg wordt gehaald’) laat Wilders geen kans onbenut om naar ‘de kiezers’ en ‘de mensen in het land’ te verwijzen.

Eén van de meest opvallende stijlkeuzes is het gebruik van hoofd- en bijzinnen om een perspectief te presenteren: ‘ik vind dat X’ of ‘iedereen weet dat X’ . In de loop van zijn carrière is Wilders steeds stelliger geworden: hij gebruikt steeds vaker alleen maar X, zonder zo’n aanloop. Hij presenteert zodoende zijn mening steeds meer als feit en laat steeds minder ruimte voor discussie. Vogelaar daarentegen kan weinig zeggen zonder ‘ik vind dat’ of ‘het lijkt mij dat’ ervoor, en dat bepaalt waarschijnlijk mede de wollige indruk.

Het proefschrift heeft nogal wat media-aandacht gekregen. Dat is leuk natuurlijk, al is er ook wat tenenkrommends bij.  De kop boven het artikel in de NRC luidde bijvoorbeeld ‘Wilders’ boodschap zit verborgen in de bijzin’ (15 april) – nee juist, niet. Een deel van de aandacht was ook laatdunkend, alsof Maarten open deuren intrapt. Tsja. Ik kan me voorstellen dat het zo kan lijken, omdat het onderzoek niets anders doet dan die al bekende en algemeen gedeelte globale indrukken bevestigen. Ja, we wisten al dat Wilders radicaliseerde. Maar om te laten zien dat die radicalisering systematisch samenhangt met subtiele talige keuzes, dat had nog niemand gedaan, en dat wisten we echt nog niet, hoor. En zo is een intuïtief vermoeden ‘gepromoveerd’ qua type kennis naar het wetenschappelijke domein. Zo gaat dat wel vaker met onderzoek. En zeker in de taalwetenschap: iedereen voelt dat allemaal wel al zo’n beetje aan. Maar om het echt zichtbaar te maken, dat vergt jaren werk.

En we wisten echt heus nog niet dat, om maar iets te noemen, zelfs aanloopjes als de tweede die ik hierboven noemde, ‘iedereen weet dat…’, ontbreken in Wilders’ latere stijl, of ten opzichte van Vogelaar. Je zou immers denken dat hij daarmee zijn stijl juist stelliger maakt. Maar dat is dus niet zo. Zelfs dat soort ogenschijnlijk versterkende inbeddende zinnen vergroten de discussieruimte: zelfs ‘het is zeker dat X’  is ‘zwakker’ dan alleen maar X. Voor mij is dat één van de meest vernieuwende inzichten uit het boek, en zelfs bijna reden om nog eens naar mijn eigen oude data te gaan kijken, want ook ik heb onderzoek gedaan naar dat soort aanloopjes, maar dat in de lijdende vorm (‘er kan gesteld worden dat…’). Overigens werd Maarten precies op dit punt wel stevig aan de tand gevoeld donderdag!

Wat heb ik hier verder aan voor mijn dagelijkse praktijk? Vooral dat het stellen van die vraag van hierboven, namelijk die naar welke stijlkenmerken een globale indruk bepalen, een zinvolle vraag is. Misschien wel een vraag die je als schrijver moet stellen, bijvoorbeeld als je lezer je tekst ‘wollig’ zegt te vinden. Het is dan vooral goed om je stijl te contrasteren met die in een tekst die die lezer wel goed (minder wollig) vindt. Zo kom je ‘wolligheid’ op het spoor, en kun je er dus wat aan doen. Als je dat wilt!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Tweeluik goede boeken deel 2: het beste stijlboek

Louise Cornelis Geplaatst op 23 maart 2015 door LHcornelis8 juni 2016 4

Het tweede goede boek uit het tweeluik: The sense of style. TCover boekhe thinking person’s guide to writing in the 21st century is voor tweederde het beste boek over stijl dat ik ooit gelezen heb. Die andere derde, die gaat eigenlijk niet over stijl, maar over goed/fout-kwesties. Die heb ik doorgebladerd en dat was best leerzaam en vermakelijk, maar soms ook iets ver van mijn bed omdat het over Engels gaat. En correctheid vind ik sowieso minder interessant dan stijl in engere zin.

In de eerste tweederde van het boek benadrukt Pinker iets waar ik het zeer mee eens ben maar wat ik nooit ergens zo helder uitgelegd heb gezien: dat stijl lijdt onder de curse of knowledge, de neiging van mensen om aan anderen een te groot deel van onze eigen kennis toe te schrijven. Als iets voor jou dagelijkse kost is, kun je je bijna niet voorstellen dat een ander er niks van begrijpt. Voor schrijvers betekent dat dat zij geneigd zijn om hun lezers te overschatten. Vandaar dat ze hen overladen met lange, ingewikkelde, impliciete en abstracte zinnen. Voor henzelf zijn die geen probleem. En dat dat voor de lezer anders is, dat komt niet bij hen op. Voilà, het probleem van schrijven in een notedop. Niet alleen qua stijl, maar ook qua structuur en inhoud.

Pinker slaat de spijker op zijn kop, en doet dat op meeslepende, heldere, doortimmerde en humoristische wijze (leuke cartoons!). Hij laat daarmee ook zien waarom standaard schrijfadviezen en -oefeningen zo weinig effect hebben: je kunt daaruit wel leren dat je de lijdende vorm en de naamwoordstijl moet vermijden en verbindingswoorden moet gebruiken, maar waarom zou je, als je inschat dat de lezer je toch wel begrijpt? Het échte probleem zit dieper dan in het herformuleren van zinnetjes. Als je de lezer maar écht voor ogen hebt en niet overschat, lost veel zich op.

Ik denk dat Pinker ook wel een beetje in zijn eigen valkuil stapt in hoofdstuk 4, als hij daar een stoomcursus generatieve grammatica geeft. Mij lijkt die niet te volgen voor lezers zonder taalkundige bagage, en het is ook niet nodig voor fatsoenlijk schrijven om precies te kunnen ontleden. Ik vergeef dat Pinker graag – daarvoor dacht ik te vaak ‘ja, precies, zó zit het’ tijdens het lezen.

En daarvoor leerde ik er ook te veel van. Om maar iets te noemen: ik weet voor mijn eigen schrijven dat ik op moet passen met voor elk bijvoeglijk naamwoord heel of zeer zetten. Dat geeft inflatie aan die termen, als niks gewoon ‘groot’ is, maar meteen ‘heel groot’. Pinker legt dat anders uit, dat was nieuw voor mij en het klopt, denk ik: als je ‘groot’ zegt, is dat absoluut; maak je er ‘heel groot’ van, dan is er ineens een schaal van grootheid. Dat maakt ‘heel groot’ dus relatief, en juist zwakker dan alleen ‘groot’. Want als iets ‘heel groot’ is, dan kan het vast ook nóg groter, maar bij ‘groot’ hoeft dat niet zo te zijn. Aha, vandaar dat een stijl zónder al die heel’s en zeer’s erin krachtiger is!

Met dat soort inzichten en lessen staat het boek vol. Het is geen makkelijke kost voor schrijvende professionals, maar als je je (heel) grondig wilt verdiepen in stijl, open staat voor een (zeer) genuanceerd en goed onderbouwd betoog over wat ‘goed schrijven’ is, en er niet tegenop ziet om 300 (alles behalve de noten e.d.), 185 (minus dat correctheidsgedeelte) dan wel 125 (minus het ontleden) Engelse pagina’s te lezen, dan raad ik het van harte aan!      

Geplaatst in Leestips, schrijftips | 4 reacties

Tweeluik goede boeken 1: de sturende kracht van taal

Louise Cornelis Geplaatst op 20 maart 2015 door LHcornelis15 maart 2015  

Deze en de volgende post vormen een tweeluik over goede boeken. Niet alleen las ik ze direct achter elkaar en werd ik blij van zo veel moois, ook hebben ze nog met elkaar te maken in de zin dat de schrijver van het Cover boekene boek me het andere boek had aangeraden. Want ik ken de schrijver van het boek van vandaag, en hij mij dus, ik word zelfs bedankt in het voorwoord (graag gedaan), en dat maakt dat ik een licht ‘wij van wc-eend adviseren…’-gevoel krijg, alsof ik reclame maak voor mezelf.

Het is ook nog eens zo dat Ronny Boogaart (want die is het) en ik een wel heel vergelijkbare achtergrond hebben: we komen allebei uit Zeeland (niet dat dat er voor dit boek veel toe doet, al komt Zeeland er wel in voor), we komen uit hetzelfde wetenschappelijke nest (de VU), en Ronny is universitair docent bij de vakgroep in Leiden waar ik wel eens inval om college te geven. Dus ja, nogal wiedes dat ik zijn boek leuk vind: ik deel Ronny’s kijk op taal.

Maar los van dat alles: Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal is ook écht leuk. Het is een soort Paulien Cornelisse (nee, dat is helemaal géén familie, ze heeft een -se te veel). voor gevorderden. Daarmee bedoel ik dat het een boek is voor mensen die graag nadenken over hoe taal werkt, die zich wel eens verwonderen over hoe gek we dingen eigenlijk zeggen (dat ‘open op maandag’ betekent dat die kapper ook op andere dagen open is, maar ‘open op woensdag’ juist alleen die dag), die het leuk vindt om daarover te lezen met ook nog eens af en toe een komische noot (ik moest vooral erg lachen om de gedachte dat de regering zou kunnen zeggen dat ze zich níet bezig houdt met smurfen, in het hoofdstuk over ontkenningen).

Boogaarts hoofdstukken zijn langer en zijn analyse gaat wat dieper de taalkunde in dan die van Cornelisse, overigens zonder ingewikkeld te worden. Voor niet-taalkundigen met een beetje goede wil moeten de stukjes prima te volgen zijn (denk ik, maar dat is voor mij lastig in te schatten).

Als je een beetje indruk wilt krijgen van de inhoud: ik postte hier al eerder over de radio-praatjes die Ronny hield over zijn boek. Waar het vooral om gaat, is dat het in communicatie niet gaat om de letterlijke betekenis van je woorden, maar om de sturing die je daarmee geeft aan de gedachten van de ander.  ‘Bijna een miljoen kijkers’ is bijvoorbeeld letterlijk gezien evenveel als ‘Nog geen miljoen kijkers’, maar in de eerste formulering vraag je de ander een positieve conclusie te trekken (‘best veel!’), in de tweede een negatieve (‘hmm, jammer’).

‘Taal is nooit neutraal’ zijn dan ook de eerste woorden op de achterflap, en dat is een hartstikke relevant inzicht, ook voor schrijvende en presenterende professionals. Met alles wat je doet in taal, stuur je. En daar kun je je maar beter bewust van zijn, zodat je je lezer/publiek in de gewenste richting kan sturen. Een stoptrein is een sprinter zonder wc maakt máákt je daarvan bewust.

Daarom: van harte aanbevolen. En je kunt je er sowieso geen buil aan vallen, want het boek kost nog geen tientje! Dat is voor 140 vermakelijke en interessante pagina’s een uitmuntende prijs-kwaliteitverhouding.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Schrijven om jezelf te dwingen te denken

Louise Cornelis Geplaatst op 3 maart 2015 door LHcornelis3 maart 2015  

In de NRC van vorige week zaterdag (de 21e) stond een mooie column van Martijn Katan onder de titel ‘Stiekem ben ik een docent’. Hij schrijft over schrijven: eerst over dat van journalisten, later in vergelijking met wetenschappers zoals hij zelf ook is. Die zijn altijd geneigd om slagen om de arm te houden, daar waar journalisten de essentie eruit pikken. Veel wetenschappelijk proza is daardoor ‘in tienduizend moeilijke woorden niets zeggen’.

Zijn eigen doel bij zijn wetenschappelijk werk en in zijn schrijven is daarom ‘niet essentiële verschillen weglaten zodat de essentiële overeenkomsten overblijven en ik natuurwetten kunnen worden vastgelegd’. Oftewel, voor wat betreft schrijven: beslissen wat er weg kan en wat niet.

En dan komt de slotalinea die ik prachtig vind én uitermate herkenbaar:

Mijn columns moeten leuk zijn om te lezen, maar net als een goede journalist wil ik meer dan u vermaken, ik wil u iets laten zien, iets uitleggen, iets leren. En tijdens die moeizame pogingen om dat voor u op te schrijven groeit mijn eigen inzicht. Zo leer ik zelf nog het meest van mijn stukjes. Ik schrijf dus in de krant om mezelf te dwingen een onderwerp te doordenken, als sport dus, en een beetje uit ijdelheid. Maar stiekem hoop ik toch dat u er iets van leert.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Creativiteit

Louise Cornelis Geplaatst op 2 maart 2015 door LHcornelis26 februari 2015  

Vandaag verwijs ik graag weer eens naar Jan Schultinks weblog, vooral naar een mooie post over de rol van creativiteit bij het maken van Powerpointdecks. Eén ding daarin had ik me nog niet eerder gerealiseerd, maar ik herken het meteen: dat afstand nemen zorgt dat de details wat naar de achtergrond zakken en de essentie duidelijker wordt. Ik heb in elk geval zelf de ervaring dat de hoofdboodschap soms zomaar verschijnt als ik, bijvoorbeeld, een stukje fiets of hardloop, huishoudelijke klusjes doe, of onder de douche sta. Dat verschijnsel kende ik dus al, maar ik had me niet eerder gerealiseerd dat dat mede komt door het ‘vervagen’ van de details.

Geplaatst in Leestips, Presentatietips | Geef een reactie

Luister naar de sturende kracht van taal

Louise Cornelis Geplaatst op 27 februari 2015 door LHcornelis27 februari 2015  

Leuk, Ronny Boogaart vertelde op de radio naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe boek Een stoptrein is een sprinter zonder wc over de sturende kracht van taal. Van harte aanbevolen!

Ik kan amper meer met de trein reizen zonder aan Ronny te denken. Ja, vanwege die titel, vanwege de trein van 11u39 die ondanks 2 minuten vertraging toch níet de trein van 11u41 wordt, maar vooral vanwege treinen uit Leiden naar Vlissingen die vandaag rijden naar Den Haag, zoals ik afgelopen maandag had. Toen kwam ik overigens terug van een hapje eten met diezelfde Ronny! Want Ronny is Leidse collega, vakgenoot, oud-studiegenoot én vriend van mij.

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Praten is eigenlijk luisteren

Louise Cornelis Geplaatst op 17 februari 2015 door LHcornelis17 februari 2015 1

Ik schrijf het hier regelmatig, en het staat ook in Adviseren met Perspectief en in de nieuwe druk zelfs nóg prominenter: om goed te kunnen schrijven in de zakelijke dienstverlening is praten met je klant essentieel. Alleen als je de zorgen en belangen van je klant goed kent, kun je een ‘raak’ advies geven (= goede hoofdboodschap formuleren), en ook de rest van de tekst optimaal afstemmen op die lezer voor wie je werkt.

Maar hoe doe je dat eigenlijk, praten met je klant, goed contact opbouwen? In Adviseren met Perspectief ga ik daar niet op in, want dat valt buiten het bereik van het boek – het onderwerp vergt een boek op zich. Ik zou dus graag naar een goed boek over zakelijke gesprekken verwijzen. Maar dat valt tegen – zo’n boek is er niet of nauwelijks, althans, niet dat ik weet. Ik heb nu weet van twee:

  • Peter Block’s Feilloos Adviseren, sowieso een geweldig boek, dat blijf ik vinden: elke keer als ik erin lees, vallen me weer nieuwe inzichten op die ik herken en waar ik van leer. Block benadrukt het relationele karakter van adviseren, en in het boek staat dan ook het opbouwen van de relatie met de klant centraal. Je vindt er onder meer in welke onderwerpen je in welke fase van het adviestraject moet bespreken en hoe je je intuïtie kunt gebruiken om het contact te verbeteren.
  • De kracht van luisteren van Larry Barker en Kittie Watson. Dit boek kreeg ik als tip van Marjan Huisman van Twinc. Het is er in het Nederlands helaas niet meer, maar wel in het Engels. Het gaat over luisteren, niet over praten, en dat lijkt eerst misschien gek, maar dat is het juist niet. Want met dat ‘praten met je klant’ bedoel ik ook eigenlijk vooral ‘luisteren naar je klant’. Maar dat luisteren is een onderschatte vaardigheid: we vinden het belangrijk, we waarderen het, maar we zijn er zelf vaak niet zo goed in, en we doen het weinig bewust, laat staan dat we aan onze luistervaardigheid werken. Dit boek biedt daar handvatten voor. Het gaat onder andere over verschillende luisterstijlen, onze beperkte luister-energie en over het belang van aandacht. Het boek bevat veel treffende voorbeelden.

Je leert het voeren van goede gesprekken niet uit een boekje, dat benadrukt zeker dat tweede boek ook. Maar je kunt er wel degelijk mee aan de slag om je sterke en zwakke punten op te sporen en zo te bedenken waarmee je wilt oefenen in de praktijk. Ik heb mezelf wat luister-huiswerk gegeven bijvoorbeeld, om toe te passen in de aankomende trainingen.

Voor andere tips voor goede boeken over zakelijke gesprekken houd ik me aanbevolen!

Geplaatst in Leestips | 1 reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑