↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Een blader- en een hebboek

Louise Cornelis Geplaatst op 26 augustus 2016 door LHcornelis17 augustus 2016  

Ik heb deze zomer een boel vakboeken gelezen en hier besproken. Hier zijn er nog twee die ik graag aanbeveel, maar die ik zelf niet helemaal heb gelezen. Het zijn voor mij een bladerboek en eentje ‘voor de heb’, maar ze zijn dus wel de moeite waard:

  • Het bladerboek is De Taalcanon. Alles wat je altijd al had willen weten over taal. Een fraaie inleiding in de taalwetenschap is dat, met een breed assortiment vragen en antwoorden. of als je liever online leest: http://www.taalcanon.nl/
  • Voor de heb kocht ik de Nederlandse vertaling van Quintilianus’ De opleiding tot redenaar. Meer dan 750 pagina’s en 2 kilo! Het is het enige complete retorica-handboek uit de klassieke oudheid, en daarmee een van de belangrijkste klassiekers in de taalbeheersing.
Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Tekenend problemen oplossen

Louise Cornelis Geplaatst op 23 augustus 2016 door LHcornelis17 augustus 2016  

CoverNóg een boek. Ik heb een inspirerende zomer, qua leeswerk, dat moge wel blijken uit mijn eerdere leesverslagen. Maar dit is tot nu toe wel de topper: The back of the napkin. Solving problems and selling ideas with pictures, van Dan Roam. Althans, het is het enige boek van de hele reeks waarbij ikzelf aan het oefenen ben geslagen.

Roam introduceert SQVID-framework: de vijf letters staan voor vijf dimensies met elk twee  polen die in totaal tien verschillende manieren laten zien waarop je een concept kunt visualiseren. Hij illustreert dat aan de hand van een appel, en dat kon ik goed volgen, maar ik heb zelf zitten uitproberen of ik het wel echt snapte, aan de hand van het concept ’triathlon’, in deze dagen voor mij nogal actueel. Dit is het resultaat, en dat is niet goed leesbaar omdat het van Roam met potlood moest, en dat is ook wel prima, want het was maar oefenen en ik ben een van die mensen die zeggen niet zo goed te kunnen tekenen maar dat maakt volgens Roam niet uit:

Vage potloodschets

Ik laat het alleen maar zien als bewijs dat het me tot ‘huiswerk’ geïnspireerd heeft. Ik heb alleen geen flauw idee of ik het goed begrepen heb. Ik heb dat bijna nooit, maar bij dit boek zouden oefeningen met uitwerkingen welkom zijn.

Wat ik oefenend merkte, is dat ik die dimensies niet per se visueel invul, dat kan net zo goed in woorden, wat mij betreft. De eerste letter, die S, die staat voor ‘simple’ versus ‘elaborate’, en bij ‘elaborate’ dacht ik aan de 2000 deelnemers van een grote wedstrijd. Maar daarvoor hoef ik die massa niet per se voor me te zien. Of wel?

Dat brengt me wel op het spoor van de vraag die voor mij overblijft na het lezen van het boek: is dit nou echt een nieuwe manier van probleemoplossen, namelijk door te tekenen, of is het het visualiseren van probleemoplossen? Het lijkt namelijk af en toe makkelijker dan dat het is. Dan tovert Roam een getekende oplossing van een probleem tevoorschijn en dan denk ik: ja, maar hoe heb je dan precies die stap gezet? Het gaat dan denk ik vooral om de tweede en derde stap van de vier die Roam definieert: looking-seeing-imagining-showing. In termen van het piramideprincipe vindt daar synthese plaats: niet alleen kijken naar wat de feiten zijn (‘looking’), maar ze clusteren tot betekenisvolle eenheden, interpreteren. Ik weet vanuit het werken met het piramideprincipe dat dat iets ongrijpbaars heeft, en dat heeft het óók als je tekent, ook al kun je wellicht met tekenen wel jezelf helpen nadenken.

De showing van het boek is deels niet zoveel nieuws, bijvoorbeeld als Roam de bekende regels voor grafiekvormkeuze behandelt. Maar hij zet wel een stap in conceptuele beelden die ik niet eerder heb gezien, door de beeldkeuze te koppelen aan het type vraag dat je beantwoordt. Dat zijn er zes:

  1. Wie en wat –> portret
  2. Hoeveel –> grafiek
  3. Waar –> kaart
  4. Wanneer –> timeline
  5. Hoe –> flowchart
  6. Waarom –> plot

 Niet heel revolutionair, maar ik heb dat nog nooit ergens zo systematisch gezien, en het maakt de keuze voor bijvoorbeeld het ontwerpen van een presentatie wel overzichtelijk. De waarom-vraag als plot visualiseren maakt overigens wel duidelijk dat dat geen echte waarom-vragen zijn (vragen naar zin- en betekenisgeving) maar veredelde hoe-vragen (naar oorzaken en werking – maar dat is ook een beetje filosofische kwestie).

In vier stappen, met zes mogelijke vragen, langs vijf dimensies – en da’s alles, daarmee kun je problemen oplossen. Daarmee kun je ook een reusachtig PowerPointpack terugbrengen tot de essentie die op één pagina te tonen is Zegt Roam, en ik denk dus dat hij daar inderdaad nuttige instrumenten voor aandraagt. Dat het dan allemaal een eitje is, dat geloof ik niet. Maar wel dus dat het enorm kan helpen om dat potlood te pakken en visueel aan het denken te slaan. Zouden we vaker moeten doen, zeker voordat we PowerPoint aanzetten. Of Word – want ook om te schrijven moet je oplossingen bedenken.

 

Geplaatst in Leestips, Presentatietips | Geef een reactie

Alweer een goed boek van Van Bogaert

Louise Cornelis Geplaatst op 15 augustus 2016 door LHcornelis15 augustus 2016  

Ik wist dat dit boek eraan zat te komen, want auteur Mark van Bogaert benaderde mij een tijdje geleden met de vraag of hij een citaat van mij erin mocht opnemen. Nou, zeker weten, ik vond het een eer! Het ging om een stukje uit een eerdere blogpost van hier, en het staat inderdaad in het boek, achterin, op p. 230:

goudmijncitaat

coverDat ging om Van Bogaerts vorige boek; over zijn nieuwe ben ik alweer enthousiast. Het heet Scanbaar schrijven. Aandacht vangen van lezers met weinig tijd. Alleen al van die titel word ik blij: eindelijk eens een schrijfhandboek van iemand die weet hoe echte lezers lezen.

Niet alleen is Van Bogaert realistisch over hoe mensen lezen, maar hij verbindt daar ook de consequenties aan voor tekst, en daarin gaat hij ver. Voor een deel vertelt hij dingen die mij uit het hart gegrepen zijn  maar dus weinig nieuw, voor een deel legt hij andere accenten (een uitgebreide verhandeling over lettertypes, waaruit ik ga onthouden dat je Verdana niet voor papier moet gebruiken), en deels gaat hij net wat verder, waardoor ik ook echt af en toe opkijk.

Zo’n opkijkmoment had ik bij het lezen van het gedeelte over cv’s. Dat je die beter omgekeerd chronologisch kunt schrijven, dus met je recentste ervaring eerst, dat is mij al jaren vertrouwd. Maar dat je zelfs in een cv boodschaptitels kunt gebruiken die per ‘ervaring’ de belangrijkste verworden vaardigheid benoemen, dat vind ik zelfs nog behoorlijk radicaal. Van Bogaert en ik delen onze voorkeur voor boodschaptitels (‘scanbare’ koppen) omdat die de lezer meer houvast geven. En ja, ‘Curriculum Vitae – Persoonlijke gegevens – Opleiding – Werkervaring’ , dat zet iedereen erboven. Maar ‘Carrièreswitch – Bruggenbouwer – Inspirator’ niet (p. 155) en die koppen zeggen een haastige lezer veel meer.

Ook de dingen die ik goed herken vind ik leuk om te lezen. Regelmatig denk ik zelfs `’ hèhè’, bijvoorbeeld als Van Bogaert mindmaps aanraadt om aantekeningen te maken voor jezelf, maar al het geneuzel over hoe goed die aanpak zou aansluiten bij onze hersenen tot flauwekul verklaart (p. 86). Hèhè, eindelijk iemand met een goed, genuanceerd standpunt zonder quasi-wetenschappelijke prietpraat.

Van Bogaert zelf baseert zich wel op onderzoek, veel naar oogbewegingen dit keer, maar ook de A/B-tests uit het vorige boek (twee versies van direct mail uitsturen en kijken wat de respons is) komen terug.

En het hele boek lang denk ik: ja, dit sluit aan bij échte lezers. Als je die wilt bereiken, moet je het ze makkelijk maken. Met hun zap- en scangedrag. Radicale lezergerichtheid. Daar ben ik helemaal voor! Zelfs als het boek ineens heel exotisch aandoet als er een hoofdstuk gaat over scanbaar geschreven…misboekjes!

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

3 X over taal, denken en de werkelijkheid

Louise Cornelis Geplaatst op 11 augustus 2016 door LHcornelis17 augustus 2016  

Ik heb de afgelopen weken drie boeken gelezen (het is midzomerrustig met werk, dus daar maak ik graag tijd voor) die voor mij een duidelijke rode draad bevatten. Die kan ik op twee manieren formuleren:

  1. Pessimistisch: taal houdt ons gevangen in een bepaalde manier van denken over onszelf en de wereld.
  2. Optimistisch: door kritisch te zijn op taal kun je je denken en waarnemen veranderen, verbeteren.

inburgeringscursusOp die pessimistisch-optimistisch-as is Inburgeringscursus voor managers. Waarom managers niet zeggen wat ze bedoelen en doen wat ze niet zeggen van Joop Swieringa het meest pessimistisch. Daarmee bedoel ik niet dat het zwartgallig is, integendeel, maar dat het vooral beschrijft en verklaart en weinig handvatten biedt voor hoe het anders zou kunnen. Vooral de verklaring is wel goed en leerzaam, vind ik. Het boek gaat veel verder dan wat de titel misschien doet vermoeden, namelijk dat het vooral een grappig ‘kijk eens hoe raar ze praten’-beeld van managers schetst.

Het boek laat zien hoe zeer mensen in organisaties bepaald worden door het verhulde hiërarchische machine- en machtsdenken waarvan managementjargon het talige symptoom is. Dat is de wereld waarin het werkwoord communiceren van betekenis is veranderd (‘vervormd’) waardoor het voorzetsel erbij niet langer met is, maar naar. Met het jargon als aanknopingspunt levert Swieringa zo stevige en rake kritiek op organisaties. Daarom is het ook niet alleen maar somber: Swieringa gelooft wel degelijk dat organisaties menselijker kunnen en dat gewone-mensentaal daar een instrument toe biedt. Maar heel praktisch wordt hij verder niet.

Juist wel heel praktisch is Denkadviseren. Over de relaties tussen de taal, het denken en de problemen van mensen in organisaties van Edu Feltman e.a. CoverDat is dan ook het meest optimistische van de drie: het boek wil een heel nieuwe manier van adviseren presenteren. De adviseur geeft dan geen kant-en-klare oplossingen, maar helpt de cliënt uit diens vaste denkkaders te komen. Overeenkomst met het vorige boek is dat managementjargon één van de ingang is tot anders denken, namelijk door het te bevragen. De rol van de adviseur is goed luisteren en oprecht nieuwsgierig zijn naar wat iemand die communiceren naar zegt werkelijk bedoelt.

Maar dat is maar één van de vele mogelijkheden tot ’taalspel’ dat de geadviseerde uit zijn vaste denkkaders haalt. Een aardig ander idee vond ik bijvoorbeeld dat mensen in het formuleren van een probleem ook altijd impliciet een ideaal formuleren. In een voorbeeld (p. 122/123) vertelt een moeder met een opvoedingsprobleem dat ze het wel leuk wil houden. Dan is ‘leuk’ kennelijk een ideaal. Hoe realistisch is dat, en niet-leuk is toch ook iets wat een kind moet leren?

Overigens doen dat soort voorbeelden en ook de sterke aandacht voor het praten over het hier-en-nu in plaats van over het daar-en-toen (wat de auteurs met een aardig woord ook wel ‘rondleidingen’ noemen) mij denken aan methodes uit de humanistische therapie (Gestalt, ACT). Die worden echter niet als inspiratiebron genoemd. Misschien is het  mede daardoor dat ik Denkadviseren als inspirerend, interessant en nuttig ervaar, maar zeker niet als revolutionair nieuw. De auteurs schetsen mijns inziens een karikatuur van ‘gewoon’ adviseren (panklare oplossingen geven, meestal meer van hetzelfde), waartegen hun methode scherp afsteekt.

letopjewoordenHet derde boek, Let op je woorden. Politiek, taal en strijd van Jan Blommaert, zit tussen de andere twee in qua optimisme. Het wijkt ervan af omdat het niet zozeer over organisaties gaat, maar over politiek en maatschappelijke kwesties. De overeenkomst is wel dat ook dit boek laat zien hoe dominant een bepaald algemeen geaccepteerd ‘frame‘ is. Binnen organisaties is het dus het hiërarchische machinemodel; in de maatschappij is het het centraal stellen van het wel en wee van private ondernemingen. Daardoor kan iemand serieus zeggen dat het beter zal gaan met een land als de lonen gekort worden en het OV duurder (Yves Leterme in zijn tijd bij de OESO, over België, p. 49). En is iemand die zich de pleuris werkt in het huishouden en als vrijwilliger en die daarbij ook nog flink consumeert toch ‘niet-productief’ en daarmee een probleem. 

Net als bij de Inburgeringscursus gaat het over het de vervorming van woorden, in dit geval vooral de beperkte betekenis die woorden soms krijgen. Iemand is tegenwoordig bijvoorbeeld alleen ‘geradicaliseerd’ en een ’terrorist’ als hij een Islamitische achtergrond heeft, zodat we dat vijandsbeeld er goed ingepeperd krijgen. En wiens crisis is de vluchtelingencrisis eigenlijk?

Blommaert schudt wakker, en dat is wat alle drie deze boeken bij mij doen. Ik neem me voor zelf ook kritischer te worden op de vanzelfsprekendheden in het dominante discours. Waar dingen vooruit móeten gaan, terwijl veel mensen er ongelukkig van worden (interessante verhandeling daarover op het eind van Denkadviseren). Want ook dat is een rode draad: er is veel ‘gedoe’, in organisaties en in de wereld. De meeste oplossingen voor al dat gedoe is: meer van hetzelfde. Meer macht, meer beheersing, meer controle, meer ‘veiligheid’. Gaat dat echt helpen? Dat is zeker iets op kritisch op te zijn.

 

 

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Verplichte kost voor piramidemensen

Louise Cornelis Geplaatst op 1 augustus 2016 door LHcornelis1 augustus 2016  

Een ongeschreven code. Ontdekking van een taalinstinct is een opmerkelijk boekje. Ik vind het een mustread voor iedereen die met het piramideprincipe werkt. Ter inspiratie – schrijver Jeroen Ottengebruikt het geweldig. En toch ben ik het er fundamenteel mee oneens. Ik leg het uit.

Het boek is een chronologisch verslag van Ottens ontdekkingsreis. De ontdekking die hij doet, noemt hij het taalinstinct, in een andere betekenis dan de meer gebruikelijke van Pinker: het is het vermogen om ‘de logica en eenvoud van de werkelijkheid in woorden [te] vangen’ (p. 9). Daarmee zou je over alle onderwerpen ter wereld glasheldere boeken kunnen schrijven.

In die ontdekkingstocht ongeschrevencodeis het piramideprincipe de tweede stap. Otten is er eerst enthousiast over, maar vindt het later oppervlakkig (p. 17):

Zij zorgt weliswaar voor logische samenhang, maar dat betekent niet dat de inhoud correct is. Als je Mein Kampf van Adolf Hitler piramidaal structureert, verandert dat niets aan de inhoud van Hitlers beweringen.

De piramidemethode creëert slechts logische samenhang in wat de schrijver te zeggen heeft. Er ligt iets veel groters onder: een code in taal die blootlegt wat de werkelijkheid te zeggen heeft. 

Dat eerste, daar kan ik nog wel in meegaan, maar het tweede zie ik totaal anders. Daarover verderop meer.

In de derde stap ontdekt Otten hoe simpel categoriseren is. Dat in Amsterdam – Brillenkoker – Den Haag – Maastricht – Rotterdam – Utrecht brillenkoker niet thuis hoort (p. 19), dat wéét je, daar hoef je niet je best voor te doen. Dat is instinctief, zo zegt Otten, en de samenhang waarop dat instinct berust is in de werkelijkheid aanwezig, als code.

Die gedachte werkt hij verder uit, door kenmerken van categoriseringen te geven die mij doen denken aan de regels voor groupings van het piramideprincipe. In stap 4 geeft hij toepassingen, en ook dat is volgens mij gewoon puur piramide. Otten geeft van bestaande boeken en onderwerpen de logische structuur. Dat kan hij, maar dat kan volgens hem iedereen, als je maar onder andere geduld hebt en bereid bent je eigen mening los te laten.

Otten durft wel, met dat herordenen. Hij pakt een bestseller aan als Dit kan niet waar zijn, hij zegt hoe het in de politiek moet (p. 45):

Politici zouden alle feiten uit alle politieke richtingen in kaart moeten brengen, ordenen, logische conclusies moeten trekken en daar in rustig overleg consequenties aan moeten verbinden.

Hij herordent de DSM, lost het ‘laatste grote mysterie in de menswetenschappen’ op (p. 56), geeft een aanzet tot het antwoord op de vraag of God bestaat en tot het doorgronden van de essentie van het menselijk bestaan, een ’theorie van alles’ (p. 63).

Het boekje (69 pagina’s) eindigt met een overzicht van tips die een prima uitleg zijn van het piramideprincipe, al presenteert Otten het als meer dan dat, het ‘blootleggen van de code’.

Het fundamentele punt waarmee ik het oneens ben, en waarom ik dus ook denk dat dit allemaal helemaal niet zo veel meer is dan het piramideprincipe, dat zit hem in het tweede deel van het eerste citaat van hierboven:

De piramidemethode creëert slechts logische samenhang in wat de schrijver te zeggen heeft. Er ligt iets veel groters onder: een code in taal die blootlegt wat de werkelijkheid te zeggen heeft. 

In mijn visie is die ordening juist niet in de werkelijkheid gegeven. Laat ik beginnen met twee simpele voorbeelden:

  • Zijn tomaten groente of fruit? Tomaten groeien als fruit, maar we eten ze als groente. Daar is ooit een rechter aan te pas gekomen, want het maakte economisch uit (bepaalde heffingen ofzo). Dat laat meteen zien dat wat ‘logica’ is, ook met allerlei belangen te maken heeft.
  • In een eigen voorbeeld van Otten, op p. 25, herordent hij een warrige structuur van oorzaken voor ziektes (denk ik – zijn voorbeelden zijn vaak te onvolledig om goed te kunnen beoordelen, het boek had wat langer mogen zijn), met twee kapstokken: lichamelijke en psychische oorzaken. Maar het onderscheid tussen lichaam en geest staat onder discussie (gebroken been, okee, maar lage rugpijn, depressie, chronisch vermoeidheidssyndroon?), en is sowieso een ‘erfenis’ van het Cartesiaanse denken, typische voor de Westerse verlichting en dus tijds- en cultuurafhankelijk. Die tweedeling is niet ‘de’ werkelijkheid, maar een theorie, een verhaal. Om het maar even scherp te zeggen: echte feiten zijn er buiten de natuurwetenschappen niet. Althans, dat geloof ik. Ik ben duidelijk veel minder positivisitisch dan Otten. 

Categorieën zijn dus volgens mij niet in de werkelijkheid aanwezig, maar afhankelijk van mensen. Ik bevind me wat dat betreft in goed gezelschap, bijvoorbeeld van George Lakoff. De categorie die de titel vormt van zijn boek Women, fire and dangerous things is voor een bepaald volk knetter-logisch. Het hele punt van het boek is dat categoriseren afhankelijk is van onze geest, onze ervaring met de werkelijkheid, onze waarneming met onze (beperkte) zintuigen.

En zo is dus een logische structuur altijd afhankelijk van de maker ervan. Juist wel de samenhang van de schrijver (hopelijk wel gericht op de belangen van de lezer), niks werkelijkheid. Objectiviteit bestaat niet, het beste wat je kunt bereiken is intersubjectiviteit: met een aantal mensen bepalen hoe het. Het pirdamideprincipe leent zich bij uitstek voor dat samen nadenken. En dan kom je dus op een antwoord dat altijd relatief is, nooit absoluut. Het is afhankelijk van de hoofden van de meedenkers, hun per definitie beperkte kennis, hun eigen denkstrategieën.

Het is nooit af, de zoektocht naar antwoorden. Sowieso niet, maar die naar het bestaan van God en de essentie van het leven al helemaal niet. Gelukkig maar.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

De links

Louise Cornelis Geplaatst op 29 juli 2016 door LHcornelis25 juli 2016  

… en het is weer eens tijd voor het overzicht aan interessante links van de laatste tijd, weer van alles wat en met dank aan de twitterende vakgenoten vooral:

  • ‘Je hoeft geen nieuws te hebben om in het nieuws te komen’ schrijft college Jeanine Mies op haar Persberichtenblog. Hoe doe je het dan wel? Door een ‘haakje’ te vinden!
  • Aankondiging van de schrijfwedstrijd voor ambtenaren: wie schrijft de beste burgerbrief?
  • Een aardig artikel over hoe je juristen beter kunt leren schrijven. ‘Aardig’, zeg ik, want het bevat weliswaar nuttige tips maar in mijn ervaring is het eerste punt, ‘acknowledge that you can improve’, nogal weerbarstig, en dan houdt het op. Daar komt ook ‘willen’ bij. Ik heb een jurist ooit eens horen zeggen, na reacties van verbazing en onbegrip van zijn lezers: ‘Maar juristen schrijven al meer dan honderd jaar zo’. Hij vond dat een argument om het vooral zo te blijven doen!
  • Aankondiging van een interessant proefschrift waarin wordt aangetoond dat kinderen een tekst beter begrijpen als ze tijdens het lezen een ‘filmpje’ maken in hun hoofd (‘innerlijke voorstelling’). Ik herken dat, of althans, ik weet van mezelf dat ik al mijn hele leven eigenlijk film kijk in mijn eigen hoofd als ik lees. Daarom wil ik van goede boeken de bioscoopfilm niet zien – de film in mijn hoofd is veel beter. Harry Potter bijvoorbeeld, in de film in mijn hoofd is diens omgeving sterk gekleurd door mijn eigen middelbare-school-herinneringen, en Hogwarts/Zweinstein in de film lijkt daar helemaal niet op en vind ik dus niks. En verder denk ik meteen ook: wat zou het interessant zijn om te kijken wat voor filmpje er al dan niet ontstaat bij het lezen door volwassenen, ook van zakelijke teksten! Van het leesonderzoek gebeurt veruit het meeste bij kinderen. Over het lezen van volwassenen weten we nog frappant weinig.
  • Pleidooi voor redigeren om een betere schrijver te worden. Ben ik het mee eens: je wordt zelf een betere schrijver door precies te kijken wat in een andere tekst wel en niet werkt.
  • Ik neem zelf het woord ‘borgen’ niet in de mond als het gaat om een verandering of verbetering (zoals: lezergerichter schrijven) in een organisatie – ik vind het een jeukwoord en volgens mij is het de omgekeerde wereld, want ik ‘borg’ niet een training, ik zie training als middel. Maar als ik de jeuk even opzij zet, is 101 Borgingsmethodes wel een nuttige site!

 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Taal is big business

Louise Cornelis Geplaatst op 22 juli 2016 door LHcornelis21 juli 2016  

CoverWat een apart boek, Taal is business. Taal, de turbo naar economisch succes! van Frieda Steurs. Ik ken geen enkel ander boek met een vergelijkbare inhoud.  Steurs laat de taalsector in de economie zien, de taalindustrie: wat voor taalproducten en -diensten zijn er allemaal, wat voor rol spelen die in de economie en  hoe zou die rol nog groter/beter kunnen zijn?

Over dat laatste: eigenlijk zijn de blunders altijd het leukste, vind ik. Zoals dat Starbucks z’n elders zo populaire gingerbread koffie maar niet verkocht kreeg op de Duitse markt, totdat ze ‘m Lebkuchen-koffie noemden want zo heet dat koekje in het Duits. Of zoals de vertaalfout die Parker maakte waardoor de reclameslogan in Mexico klonk als ‘It won’t leak in your pocket and make you pregnant’. Of de blunder van Puma op de markt van de Verenigde Arabisch Emiraten. Dat land bestond 40 jaar en Puma bracht speciaal een sportschoen op de markt in de kleuren van de nationale vlag. Maar de Arabieren vonden dat respectloze omgang met de vlag: een schoen is iets vuils, waarmee je de grond aanraakt.

Het laatste voorbeeld laat zien dat je ’taal’ best ruim mag zien: het gaat ook om culturele aanpassing. Want dat zijn al die voorbeelden: lokaliseren, het aanpassen van producten aan lokale vereisten. Dat is dus meer dan alleen maar vertalen. Ik vond het hoofdstuk daarover (het derde) veruit het leukste van het hele boek. Het laat zien hoe belangrijk gedegen kennis van een andere cultuur is als je daar iets wilt verkopen. En daar heb je deskundigen voor nodig.

Die deskundigen, daaraan is een tekort, maar meer nog lijkt het hele boek uit te ademen dat ze onvoldoende gewaardeerd worden, onzichtbaar zijn. Het boek lijkt één groot pleidooi voor ‘kijk eens hoe belangrijk ons vak is’. Dat werd mij gaandeweg te veel. Ik werd moe van de vele versterkers: er is niet gewon een kloof, nee, een enorme kloof in informatievoorziening (p. 65) en het is maar liefst een zware opgave om juridische teksten te vertalen (p. 130), enzovoort, enzovoort.

Ook zijn er grafisch dingen gedaan om het boek op te leuken maar die zijn niet allemaal functioneel. Soms is er ineens een stukje tekst als kader gekleurd zonder dat duidelijk is waarom, en er zijn ook visualisaties bij die niets toevoegen. Nouja, en dan trekt er af en toe een zin scheef zoals de eerste op de achterflap:

We merken allemaal in ons dagelijks leven dat de impact van de internationalisering en de wereldhandel ook effect heeft op de communicatie en de wijze waarop nieuwe producten en diensten ons worden aangereikt.

Watte? In combinatie met de ronkende titel en ondertitel (met ook nog een uitroepteken erachter) vind ik dit bijna anti-reclame. Overigens had ik op basis van de ondertitel een wat meer praktisch gericht boek verwacht: hoe zet ik taal in om tot economisch succes te komen? Je kunt wel wat dingen afleiden daarover, maar het is zeker geen boek met praktisch tips. Belangrijkste boodschap eruit lijkt te zijn: onderschat het belang van taal niet.

Daar ben ik het zeker mee eens, maar het hoeft er wat mij betreft dus niet zo dik bovenop te liggen. Wat Steurs te vertellen heeft, was met een meer ‘sec’ benadering meer tot zijn recht gekomen. Meer show-don’t-tell vooral ook: niet roepen hoe enorm, zwaar en belangrijk iets is, maar het zo zichtbaar maken dat de lezer dat zelf gaat voelen. Dat had wellicht ook nog wel wat aardiger gekund met meer uitgewerkte voorbeelden en interviews met professionals in de sector, want steeds dezelfde soort beschrijvingen in dezelfde toon wordt ook wat opsommerig en saai, 12 hoofdstukken lang. Eenmaal over de helft lijkt het allemaal steeds op hetzelfde neer te komen: ja, natuurlijk speelt taal een grote rol  in het recht. En in de medische wereld. En in de IT.

Taal speelt overal een grote rol. Ja, die boodschap is er dus echt wel ingehamerd!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Ruim dertig fraaie beïnvloedingsvoorbeelden

Louise Cornelis Geplaatst op 5 juli 2016 door LHcornelis5 juli 2016  

CoverIk kocht Beïnvloeden met emoties. Pathos en retorica van Jaap de Jong, Christoph Pieper en Adriaan Rademaker tegelijk met Harder praten helpt niet. Ik had niet heel goed opgelet om wat voor soort boek het ging, en aangenomen dat het zo ongeveer hetzelfde thema had, namelijk: hoe beïnvloed ik anderen? Toen ik het uit de kast pakte om te gaan lezen, schoot er dan ook door mijn hoofd: kennelijk is dat onderwerp hip op dit moment, maar ik vind dat het tijd wordt voor een boek ‘hoe verweer ik mij tegen de beïnvloedingsstrategieën van anderen?’ Omgekeerd dus eigenlijk. Ik vind dat niet alleen nuttig vanwege de Brexit-campagne en het toenemende populisme, maar ook vanwege reclame/commercialisering en de toenemende nudging door de overheid. Blijf maar eens echt zelfstandig denken onder al dat beïnvloedingsgeweld.

Toen sloeg ik het boek open en was ik verrast: dit is zo’n boek! Nouja, het is geen praktisch handboek met adviezen voor hoe je te verweren, maar het is wel een vlootschouw van beïnvloedingstechnieken, geïllustreerd aan de hand van meer dan dertig moderne en klassieke toespraken, voorbeelden uit de media, heet recht, literatuur, muziek, film en beeldende kunst. Daar zitten fraaie en geslaagde voorbeelden bij (Obama, Peter van Uhm, Timmermans en veel klassiek werk), maar ook tenenkrommende (Wilders, DDR-propaganda, Armstrongs betoog onschuldig te zijn aan dopinggebruik).

De bijdragen zijn van allemaal verschillende auteurs, en die De Jong, Pieper en Rademaker zijn  niet zozeer de schrijvers, maar de redacteuren of samenstellers. Het boek laat zien hoe het moet en niet moet, maar ze laten vooral ook zien op welke manieren ‘men’ ons probeert te beïnvloeden door op ons gevoel in te spelen. En dat vind ik dus nuttig en nodig: een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Meer dan dertig voorbeelden, op dik 200 pagina’s, met foto’s (leuk!) dat wil dus zeggen dat de stukjes allemaal vrij kort zijn. Van een aantal van de auteurs heb ik al wel eens wat langers gelezen – er zitten namelijk nogal wat bekenden van me tussen via mijn link met de Leidse universiteit, waar dit boek vandaan komt. Dat verhaal van Henrike Jansen over het verweer van wielrenners tegen beschuldigingen van doping, dat kende ik al als wetenschappelijke artikel, en het werk van Ronny Boogaart (in dit boek gaat het over de verzuchtingsinfinitief ‘Zo te kunnen voetballen!’) en van Maarten van Leeuwen over de strategieën van Wilders besprak ik zelfs al eerder op dit weblog. Dan blijft het leuk, nuttig en interessant, maar wel wat kort, en dat vond ik ook van de stukken die ik nog minder goed kende.

Het smaakt echt naar meer, dit. Voor mij dan. Ik denk dat het voor een breed publiek juist nog wat praktischer zou mogen, meer een echte how-to. Dit boek bevat daar al het voorbeeldmateriaal voor!

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Soms is tekst echt beter

Louise Cornelis Geplaatst op 27 juni 2016 door LHcornelis27 juni 2016  

In de huidige editie van Tekstblad (jaargang 22, nr. 3) staat een leuke column van Eric Tiggeler over iets waar ik me ook al vaker druk om heb gemaakt: de grafische file-informatieborden die tegenwoordig langs veel snelwegen staan, zoals deze van hier in de regio:

Bord ring Rotterdam

Tiggeler beschrijft hoe hij daar iets niet van snapte, bijvoorbeeld omdat de weergave wel heel erg abstract zijn: de snelwegen lopen niet in een nette rechthoek om de stad heen. De symbolen, zoals de verschillende soorten pijlen, zijn ook niet bepaald vanzelfsprekend. Bovendien moet je de informatie zien te verwerken terwijl je er met 80 à 130 km per uur langsrijdt. Tiggeler raadpleegde de verklarende folder van Rijkswaterstaat, maar werd daar ook niet veel wijzer van.

Ik herken het helemaal, en ik kan daar nog twee eigen ervaringen aan toevoegen:

  • Ik ben van de oude stempel die meer kaartleest dan tomtomt, en dus had ik in het begin de neiging om het vierkant zo te interpreteren dat het noorden boven ligt. Ik weet nu wel dat het anders is, maar ik moet het nog steeds omdraaien in mijn hoofd om te weten waar ik heen moet – waar ik woon, zeg maar. Bij dat pijltje naar de A13 – maar ik woon helemaal niet pal in het westen van de stad! (En van ons vandaan loopt de A20 niet recht naar het zuiden, potjandorie!)
  • Ik rijd zo af en toe langs knooppunt De Poel, en daar staat een bord met een soort spaghetti met tekst erbij over de te verwachten rijduur dan wel vertraging, en ik weet nog steeds niet welke tekst op welk sliertje slaat. Ik krijg dat erlangsrijdend gewoonweg niet ontcijferd.

Tiggeler wil tekstborden zoals ‘3 km file A9 richting Almere’ en dat zou al schelen, maar ik vind ook wegnummers nog te abstract. Als ik op de Rotterdamse ring afrijd, heb ik het meest aan de aanduiding ‘via Beneluxtunnel’ en ‘Via Brienenoordbrug’. Dat is voor mij de cruciale keuze, en over welke snelwegnummers dat precies is, daar moet ik alweer over nadenken. Gelukkig staan die ‘via’-borden er soms ook.

Met mijn kaartleesachtergrond is een noord/oost/zuid/west-aanduiding een mogelijk alternatief, zo van: file op de ring-zuid. Zo werken mijn hersenen: landmarks en windstreken. Geen te kantelen cryptische vierkanten. In plaats daarvan tekst – want ja, tekst is soms echt hartstikke handig!

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Fan-tas-tisch boekje!

Louise Cornelis Geplaatst op 21 juni 2016 door LHcornelis21 juni 2016  

CoverHet boekje kost nog geen tientje en is geschreven door een universitair docent die gepromoveerd is op het onderwerp waar het over gaat. Nou, dat moet wel een goede prijs-kwaliteitverhouding zijn, toch? Deden maar meer wetenschappers dat, zulke toegankelijke boekjes schrijven!

Ik heb het over Fan-tas-tisch om hier te zijn. Verbeter je taalgebruik van Christine Liebrecht. Dat gaat over taalversterkers: talige middelen om je boodschap zo effectief mogelijk te maken. Zoals af en toe, maar niet te vaak, zeggen dat iets fan-tas-tisch is, zoals onze koning doet. Dat is een superlatief, en dat is maar één van de twintig soorten taalversterkers die Liebrecht behandelt, in korte hoofdstukken met veel leuke voorbeelden.

Humor komt bijvoorbeeld een keer in een eigen hoofdstuk aan de orde, maar ook in de andere hoofdstukken staan grappige voorbeelden. Een voorbeeld uit het humor-hoofdstuk (p 118):

Een man en vrouw zijn in hun blootje aan het picknicken. Zegt de vrouw: Leuke picknick. De man: Ik heet geen Nick. 

Die kende ik nog niet! Of dat nou taal versterken is of er simpelweg mee spelen, wat maakt het uit – het is leuk, en dat is effectief.

Ik weet niet of mijn taal verbetert van het boekje, zoals de ondertitel belooft, maar wel raakte ik er maar weer eens van onder de indruk hoe veel er met taal kan, hoe veel je ermee kan spelen ook. En dat is hartstikke leuk.

Op details zou ik een heleboel te zeuren hebben. Ik ben het met lang niet alle voorbeeld-analyses eens en ze doet wat voor mij als ‘deskundige’ een paar gekke dingen, zoals een vergelijking een metafoor noemen (en omgekeerd) en suggereren dat we superlatieven in rijtjes (op school?) aangeleerd hebben – zo leer je je moedertaal niet. Titel en ondertitel vind ik ook niet heel geslaagd. Enzo.

Maar dat is allemaal muggeziften. Dit boekje is voor een breed publiek simpelweg een hartstikke dikke aanrader! Het inspireert echt om eens wat anders te doen dan standaardzinnen oplepelen.

Dus: met wat voor taalversterkers zal ik het verder aanprijzen? Ach, laat maar – ga het maar gewoon lezen!

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Het is niet zeker dat deze korte tip werkt
  • Intelligentie voor atleten?
  • Zware studiedag over schrijven met AI
  • Zweedse koks in Antwerpen
  • Met een pro-drop naar de sportschool

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (326)
  • Opvallend (563)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (905)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑