↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Categorie archieven: Leestips

Interessante boeken, artikelen en websites.

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Sprekend proefschrift

Louise Cornelis Geplaatst op 27 januari 2026 door LHcornelis21 januari 2026  

Ik heb het hier eerder gehad over het onderzoek van Geerke van der Bruggen naar begrijpelijkheid en acceptatie van rechterlijke uitspraken. Vorige maand promoveerde ze; haar proefschrift heet Sprekende uitspraken. We hadden elkaar net ervoor gesproken bij een bakje koffie in Utrecht en afgesproken proefschriften uit te wisselen. Ik heb het net gelezen, nouja, zeker niet alles. Dat is bij proefschriften sowieso niet helemaal realistisch, zal ik maar zeggen, en bovendien kende ik een deel van het boek al, want het is een verzameling van enkele andere publicaties van haar. Zo staat het cirkelmodel er ook weer in.

Van der Bruggen houdt zich bezig met een ander genre dan ik, maar er zijn wel overeenkomsten. Dat cirkelmodel herken ik bijvoorbeeld heel goed van mijn opdrachtgevers bij de overheid en ze onderzocht onder andere of ‘hoofdboodschap voorop’ de begrijpelijkheid bevordert. Desalniettemin moet ik oppassen om het proefschrift te lezen met mijn genre, adviesrapporten, in mijn achterhoofd, want dat zijn echt andere teksten. Toch ga ik er twee dingen uit op mijn eigen werk betrekken:

  • Geerke zei het al toen we elkaar spraken: als nou iets de begrijpelijkheid bevordert, is het extra uitleg van de vaktermen en andere moeilijke begrippen. Dat ga ik onthouden. Ik vind mezelf regelmatig terug in discussies over jargon, en dan ga ik dit onderzoeksresultaat in de strijd werpen: als je dan geen gewoner woord kunt bedenken, leg het jargonwoord dan tenminste uit!
  • De resultaten voor ‘hoofdboodschap voorop’ zijn niet eenduidig. In een experiment ging het om twee teksten; bij de ene verbeterde had vooropplaatsing van de conclusie een positief effect op het begrip van leken, bij de andere niet. Van der Bruggen geeft als verklaring (p. 152) dat bij die eerste tekst vraag en antwoord beter (meer intuïtief) op elkaar aansluiten dan bij de tweede. In die tweede staat de vraag centraal of de gedaagde een rekening moet betalen aan een derde partij. Het antwoord is dat de vordering van de derde partij ‘onvoldoende onderbouwd’ is. Daar zit een gat tussen, ja. Als het een adviesrapport zou zijn, zou ik zeggen: dat gat is te dichten door de ‘so what’ te expliciteren: wat betekent dat antwoord nou precies? Moet de gedaagde die rekening wel, niet of misschien later betalen? Als je die strekking verwoordt, sluit het antwoord wel goed aan, met mogelijk beter tekstbegrip als gevolg. Maar misschien kan dat juridisch niet. 

Dan nog iets wat te maken heeft met vorm en inhoud én met mijn eigen proefschrift. Aan het eerdere contact met Geerke hield ik verdiept inzicht over in de achtergrond van de tekstconventies die naast het juridische en adviesdomein ook het wetenschappelijke schrijven bepalen.  Ik schreef ook daar eerder over: eraan ten grondslag ligt het instandhouden van de modernistische mythe van objectiviteit. In Sprekende uitspraken gaat het daar ook weer over en ik las dat met plezier (paragraaf 3.5). Sprekende uitspraken doorbreekt zelf die mythe met een formuleringskeuze: voor een proefschrift staat er vaak ik in. Dat is nogal taboe, maar niet voor mij. Ik heb me in het vermijden van ik verdiept voor mijn proefschrift, want veel schrijvers kiezen dan maar voor lijdende vormen, een van de conventionele stijlkenmerken in de wetenschap. Daar wordt de tekst bepaald niet leesbaarder van, en het is ook weer zoiets dat die mythe in stand houdt: alsof je er als onderzoeker zelf niet toe doet. Ik heb zelf dus ook I gebruikt in mijn Engelstalige proefschrift, vooral in de rol van ‘regisseur’ van de tekst: ‘I will introduce/discuss… ‘ enzovoort. Daarnaast veel meervoud we, bijvoorbeeld als ik onderzoek samen met scriptiestudenten had gedaan. 

Van der Bruggen schrijft bijna overal ik als uitvoerder van het onderzoek: ‘Omdat… deed ik een vervolganalyse’ (p. 119) of ‘Voordat ik stellingen over de tekst aan de procespartijen voorlegde, vroeg ik ze om een rapportcijfer voor de tekst…’ (p. 123). Dat zijn heel willekeurige voorbeelden, zulke formuleringen staan overal. De tekst wemelt van ik. Dat is echt ongebruikelijk. Ik waardeer de doorbreking van de mythe.

Wel gaat dat me af en toe te ver: te veel ik. Nouja, de ik‘en zijn nog tot daaraan toe, maar ik zou mijn in bijvoorbeeld ‘Hiervoor heb ik mijn vier hypotheses (…) gepresenteerd’ en ‘Voor mijn experimenten gebruikte ik twee relatief korte rechterlijke uitspraken…’ (p. 136) vervangen door een lidwoord: de hypotheses/experimenten. Makkelijk te realiseren, en net wat neutraler. Naar mijn smaak staat anders te zeer de persoon van de onderzoeker centraal. Maar ik realiseer me wel: dat is dus een kwestie van smaak, en het kan ook gewenning zijn. Als meer wetenschappers zo zouden schrijven, zou het minder opvallen. Zou ik het dan wel okee vinden? Leuk als een proefschrift dat soort bespiegelingen oproept.

Nog eentje dan. Mij valt ook nog op dat er af en toe juist wel een passief staat – iets wat mij ongetwijfeld veel meer opvalt dan een willekeurige lezer. Bijvoorbeeld op p. 112: ‘De constructen uit het model zijn in de vragenlijst geoperationaliseerd als sets van stellingen’. Dat is typisch academisch proza, zal ik maar zeggen – hoezo daar wel zo? Twee zinnen in dezelfde alinea later staat er wel weer ik – een alinea met een perspectiefbreuk dus. Net als waar het op p. 114 gaat over de brieven die bij de vragenlijsten stonden: het specifieke doel ‘werd niet vermeld’ en ‘in de brief werd gesproken’. Twee vage lijdende vormen: ze laten in het midden wie dat heeft gedaan. De versturende partijen, twee rechtbanken? Distantieert Van der Bruggen zich daar zo net een beetje van? Dat zou namelijk passen bij mijn visie op de lijdende vorm: dat geeft meer distantie ten opzichte van de handelende persoon (het is de opeenstapeling van distantie die teksten met veel passieven zo slecht te pruimen maakt). 

Maar goed, dat is wel erg in detail op een klein aspect van de vorm. Terug naar de inhoud van Sprekende uitspraken: dit boek inspireert mij om vraagtekens te blijven zetten bij de mythe van objectiviteit, in elk geval omwille van de lezer (ik denk dat het belang groter is dan dat). Hopelijk geldt dat voor meer vakgenoten.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Kom bij Annie thuis!

Louise Cornelis Geplaatst op 19 januari 2026 door LHcornelis18 januari 2026  

Zaterdag was ik bij de start van een mooi initiatief hier in het dorp: Bij Annie thuis. Het geboortehuis van Annie M.G. Schmidt, de voormalige pastorie (haar vader was hier dominee) op het Kerkplein, is onlangs leeg komen te staan. Een stichting met als trekker Hendriek Flikweert van onze boekhandel, wil daar een bijzondere plek van maken. Ik citeer van de website:

Bij Annie Thuis willen we van dit huis een sociale lunchroom maken: een warme, levendige plek voor goede koffie, een versbereide lunch en vanzelfsprekende ontmoetingen. Een plek waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meewerken, leren en groeien in een betrokken team.

Annie is er niet nadrukkelijk aanwezig — maar wel voelbaar.
 In taal. In kleine verwijzingen. In verhalen die passen bij het huis en het dagelijks gebruik ervan – met ruimte om dit in de toekomst verder te laten groeien.

Zo ontstaat een huis waar verleden en heden elkaar ontmoeten.
 Waar je even blijft zitten.
 Waar ruimte is voor gesprek, verbeelding en samen zijn.

Nou, dat is leuk voor ons in Kapelle maar ook daarbuiten. De start zaterdag was leuk. Ik was voor het eerst in het pand, en het zette me aan het denken waarom ik als volwassene nog steeds Annies werk leuk vind. Toen dacht ik: vanwege het speelse – ik schreef laatst al over dat thema. Door Annies werk word ik zelf ook weer even kind te worden, een beetje stout kind vooral – Floddertje is mijn lievelingswerk van haar.

Daarnaast was Annie een bijzondere vrouw. Haar biografie leest óók als een geschiedenis van de twintigste eeuw met een vrouw centraal. Een vrouw met wie ik ook nog eens veel ‘geografie’ gemeen heb: naast Kapelle ook Vlissingen, Amsterdam en de omgeving van Overschie.

Vandaar dat ik Bij Annie thuis een geweldig initatief vind. Het zou een aanwinst zijn voor Kapelle en Annie verdient zo’n plek. Er gebeuren al mooie dingen. Zo is al bekend dat de piano van Harry Bannink er komt te staan en zijn onder andere Freek de Jonge, Erik van Muiswinkel, Loes Luca, Jan Peter Balkenende en Frank Evenblij ambassadeur van de stichting. Dat is nodig, want het eerste doel van de stichting is het aankopen van het pand. Wellicht willen mijn bloglezers daar ook een bijdrage aan leveren – om in de toekomst een kopje koffie te drinken bij Annie thuis in Kapelle.

Wie meer wil weten: zie het nieuwsbericht van Omroep Zeeland of beluister Hendriek en Annies zoon Flip in Met het oog op Morgen (na een dikke 20 minuten in de podcast).

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Fietsen langs de sporen van het Nederlands in de VS

Louise Cornelis Geplaatst op 23 december 2025 door LHcornelis18 december 2025  

Van Sinterklaas kreeg ik een leuk boek: De Tawl. Hoe de Nederlandse taal (bijna) Amerika veroverde. Er komen twee dingen in samen die voor mij belangrijk en interessant zijn: fietsen en taal. Dat had Sinterklaas dus goed gezien! Het fietsen speelt een bijrol, maar die is wel net groot genoeg om er reiskriebels van te krijgen: zo’n fietstocht, dat lijkt me ook wel wat!

Het accent ligt op de taal, zoals de ondertitel aangeeft. Philip Dröge ging op zoek naar de sporen van het Nederlands dat ooit volop gesproken werd in de staten New York en New Jersey. Globaal wist ik daar wel wat van af, bijvoorbeeld over de talige sporen van het Nederlands in het Amerikaanse Engels: woorden als cookie en boss. Ik wist ook wel dat de oorsprong van de stad New York Nederlands was, met namen als Huis-tuin-straat (Houston Street) en Konijneneiland (Coney Island). En ik wist ook dat het misschien niet eens zo heel veel heeft gescheeld of Nederlands was de taal van de nieuwe wereld geworden, niet Engels. 

Ergens daar pikt Dröge de draad op: in de tijd dat Nederlands in het prille New York de belangrijkste taal was. Die groeide en zich verspreidde, geografisch, maar ook qua sprekers: ook mensen zonder Nederlandse voorouders hadden het als moedertaal. Maar uiteindelijk legde het Nederlands het af tegen het Engels. De laatste moedertaalsprekers van de ‘Tawl’ overleden in de twintigste eeuw. 

De geschiedenis van het uitsterven is bijvoorbeeld op oudere begraafplaatsen te zien: de oudste grafstenen zijn in het Nederlands, en op een gegeven moment worden ze Engels. En zo zijn er nog een boel sporen waar je langs kunt fietsen, ook al is er veel uitgewist. Toen in New Jersey Nederlands werd gesproken, was het een agrarische staat, inmiddels zijn het dichtbevolkte forenzensteden; veel restanten Nederlands liggen onder de nieuwbouwwoningen, de snelwegen en de malls. Toch is er nog wel wat hier en daar, want het ging de Nederlandstaligen goed en velen konden huizen laten bouwen die nog steeds staan. 

In zijn omzwervingen komt Dröge bijzondere plekken en mensen tegen, en hij vertelt er fraai over, met een prettige dosis humor. Hij schuwt ook de rafelrandjes niet: uitvoerig gaat hij in op een geval van oplichterij. Dat leek een boel informatie en bronnen over de Tawl op te leveren, maar het was allemaal ‘fake’. Ook curieus is het gedeelte over een bevolkingsgroep die nog tot in de negentiende eeuw Nederlandstalig was en in de twintigste met succes de status van oorspronkelijke bewoners heeft aangevraagd. Dat zijn het niet: het zijn de nazaten van slaven en hun Nederlandstalige meesters. Hun achternamen geven het weg – en dat dat Nederlands was en niet een inheemse Amerikaanse taal, is tijdens het aanvraagproces niet echt opgevallen. De gemengde komaf maakte dat de groep met net zulke discriminatie te maken kreeg als de natives, dus helemaal gek is die status niet, maar de groep heeft nu liever niet dat er iemand in  hun geschiedenis komt neuzen. Voor de vorm hebben ze een totem in hun dorp gezet.

Ik heb lezenderweg een boel opgestoken over het Amerikaanse Nederlands. De grote lijn van de geschiedenis, maar ook veel anekdotes. Zoals bijvoorbeeld de oorsprong van OK. Martin Van Buren was in de negentiende eeuw president van de VS, hij was van Nederlandstalige komaf al sprak hij het zelf niet meer. Hij was geboren in Kinderhook, New York. OK verwijst naar Old Kinderhook, en dat is gaan verwijzen naar iemand die in orde is. (Het boek brengt dat als feit, maar van Wikipedia begrijp ik dat er verschillende concurrerende opvattingen zijn over de herkomst van OK).

Ook leuk vond ik de vele eigen- en plaatsnamen die zo zijn verbasterd en anders gespeld dat je het Nederlands niet meer herkent. Zoals een meneer Freece die ooit De Vries heette. Of het plaatsje Polifly: pollen en vlaai (denk: graspollen en koeienvlaaien). In Hackensack en Katsbaan zie je het nog beter. Albany heette vroeger Beverwijck – daar ben ik geweest zonder dat te weten. En dat is niet gek, want de geschiedenis ligt best wel verstopt. In Rotterdam en Amsterdam in de staat New York bijvoorbeeld hebben de inwoners geen flauw idee van de Nederlandse steden met die namen. Voor ons is dat gek, maar waarschijnlijk zegt het wat over de Amerikaanse cultuur. De mensen die Dröge spreekt, weten wel wat voor afstamming ze zelf hebben, maar het zijn passanten op hun plekken. De geschiedenis van die plek interesseert ze nauwelijks. Sowieso is Amerika nogal op de toekomst gericht.

Die toekomst, die was op een gegeven ogenblik duidelijk Engelstalig, en dat heeft het Nederlands in Amerika de kop gekost. Een tijdje werd het zelfs bespottelijk gemaakt, als achterlijk accent. Philip Dröge zet de Tawl echter weer in het spotlight, en dat levert een kostelijk boek op.

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

2 keer in de krant

Louise Cornelis Geplaatst op 21 november 2025 door LHcornelis21 november 2025  

Ik sta vandaag twee keer in de PZC, al is het een keer onzichtbaar. Als duidelijk van mij herkenbaar is een ingezonden brief naar aanleiding van een artikel over de e-bike, een onderwerp waar ik elders ook wel eens over schrijf. Leuke kop:

Ik denk ook vaak dat ik nog de enige gekkie ben op de fiets die – met hart en ziel – zelf trapt

Onzichtbaar is mijn hand in een opinie-artikel van initiatiefgroep Spoor 2050. Ik heb voor die groep tekstadvies en redactie gedaan. Met genoegen zag ik hoe in de PZC de overkoepelende vraag….

Misschien wel de belangrijkste vraag die gesteld kan worden bij ‘Zeeland 2050’ is hoe de hierin gewenste ontwikkelingen op elkaar inwerken en wat de mogelijke (negatieve?) effecten op andere waarden zijn.

… vóór de uitsplitsing van de vragen per thema staat en die thema’s zichtbaar hiërarchisch ondergeschikt zijn (in de papieren krant is dat zichtbaarder dan online). Dat zijn twee voorbeelden van mijn adviezen. Het is zeer behartigenswaardige inhoud, ik voel me vereerd er een bijdrage aan te hebben mogen leveren – wat ook prettige samenwerking was.

 

 

Geplaatst in Leestips, verschenen | Geef een reactie

Burger slaat op de vorm

Louise Cornelis Geplaatst op 21 oktober 2025 door LHcornelis21 oktober 2025  

Als taalkundige en vegetariër ging ik nogal zuchten bij de ophef een paar weken geleden over de vegetarische hamburger en de plantaardige schnitzel, die leidde tot een Europees verbod op die namen: een stap in de verkeerde richting, minachting van de consument, en het Europarlement zou zich met belangrijkere dingen bezig moeten houden. Gister verscheen er op Neerlandistiek.nl een bijdrage die er voor mij nog een nieuw, taalkundig argument aan toevoegt: woorden als burger, schnitzel en worst verwijzen niet naar de ingrediënten, maar naar de vorm van het eten. Vandaar ook bijvoorbeeld chocolade-ei. Als de vegetarische schijf aanslaat, is er een kans dat het ‘omslaat’: dan heb je straks schijven met vlees erin. Kan het Europarlement weer opnieuw beginnen! 

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Nood aan input

Louise Cornelis Geplaatst op 17 oktober 2025 door LHcornelis17 oktober 2025  

Toen ik jaren geleden (2005, dus nog voor het ontstaan van dit blog), in een groepje de Artist Way cursus deed, pikte ik van een groepsgenote een nuttig idee op: dat je in je leven periodes hebt waarin je meer op ‘output’ gericht bent, en andere periodes meer op ‘input’. Dus dat je soms een creatieve dadendrang hebt, productief bent, en dan weer meer ‘opslurpt’, inspiratie put uit andere dingen. Ik herkende dat toen meteen, en ik denk al twintig jaar regelmatig in die termen over mijn leven (dank, Renée!).

Op het ogenblik is het duidelijk een periode van input. Ik merk dat aan weinig inspiratie om hier te schrijven, maar ook aan de gretigheid waarmee ik lees. Ik had het hier al over Trinity (ik heb inmiddels ook het vervolg gelezen, dat kende ik niet van vroeger – in het Engels, niks opgevallen aan de komma’s, wel bijna 900 pagina’s!) en Hardlopen als lichaamswerk, maar dat zijn  maar twee boeken van de, pak ‘m beet, tien? twaalf? die ik sinds mijn vakantie gelezen heb. Deze week had ik twee geweldige boeken te pakken waarover ik onlangs had gehoord: Muizenleven en Een tijd als deze. Smullen.

Nou zijn periodes dat ik veel lees juist ook wel eens goed voor dit weblog. Dan verschijnt er interessante vakliteratuur bijvoorbeeld, en daar schrijf ik dan over. Maar dat is al een tijdje niet zo, althans: er verschijnen heel weinig boeken over schrijven (dat is elders ook al gesignaleerd, ik weet alleen niet waar). Ik denk dat het komt omdat niemand meer iets zinnigs durft te zeggen over schrijven in het algemeen en schrijven door professionals in het bijzonder zonder de rol van AI daarin mee te nemen. Die is nog zo in beweging dat wat je beweert mogelijk bij verschijnen van het boek alweer achterhaald is. 

Ik kon me niet herinneren wanneer ik het hier voor het laatst over een interessant schrijfboek had. Ik heb het opgezocht, het blijkt bijna een jaar geleden te zijn, en jawel hoor: het ging over schrijven met AI. Ik denk nu: daar hebben Lieve de Wachter en co toen hun nek mee uitgestoken. Het is wachten op de volgende schrijver-over-schrijven met lef. 

Als ik in het afgelopen jaar iets heb gemist, houd ik me aanbevolen voor tips. Sowieso trouwens.

 

 

Geplaatst in Leestips | Geef een reactie

Komma’s uit de jaren ’70

Louise Cornelis Geplaatst op 23 september 2025 door LHcornelis17 september 2025  

De recente vakantie in Ierland was voor mij aanleiding om Trinity te herlezen. Met dat boek is mijn interesse in de Ierse geschiedenis begonnen. Mijn vader was een grote fan van Leon Uris. Als ik het me goed herinner, heb ik al diens boeken uit de kast thuis gelezen toen ik in mijn eerste studiejaar een tijdje ziek was en daarom bij mijn ouders was. Trinity maakte de grootste indruk. Als enige van Uris is dan ook dat boek bij mezelf in de kast beland als erfstuk. Wat ik herlas, is dan ook uit het jaar van verschijnen: 1976, de Nederlandse vertaling. 

Inhoudelijk had het boek me weer te pakken. Het is een meeslepend verhaal over een Ierse vrijheidsstrijder, waarin persoonlijk drama met historische feiten zijn gemengd. Maar waar ik me echt overheen moest zetten, waren de komma’s. Dat zijn er namelijk veel te veel. Er staan een heleboel komma’s op plekken die ik ronduit als ‘fout’ zou beoordelen. Die maken dan een uitbreidende bijzin van een beperkende, en dat betekent echt iets anders.

Voor voegwoorden is dat laatste niet het geval, maar daar ‘mogen’ ze ook niet, of in principe niet – iets minder zwart-wit. Maar ik zou zeggen: zet die komma zeker niet (bijna) overal, zoals hier gedaan is. Een grote hoeveelheid komma’s is namelijk ook echt hinderlijk bij het lezen. Het maakt de zin ‘hakkerig’ – elke komma is een pauzetje immers.

Hier zijn een paar voorbeelden, heel losjes steekproefsgewijs. Eerst (vooral) de bijzinproblemen, van p. 229 en 233 en 680:

In de korte tijd, dat ik geleefd had en in vrijwel mijn hele verdere latere leven schijnt er altijd iemand geweest te zijn, die ons moest verslaan (…) 

Het aantal uren, dat meester Ingram besteedde om ons te helpen, was legio.

Een van de beste dingen, die een onderwijzer kan overkomen is, dat hij zijn eigen missionarissen voortbrengt.

De weg werd voortdurend belemmerd door mensen, die hun vuisten schudden (…)

Dan de voegwoorden, paar regels verderop op 233:

Ik ben bang, dat ik het te druk heb.

En daar barst het dus van. Op p. 669 alleen al: 

het maakt me bang, dat

Ik weet niet, hoe erg ik beschadigd ben

Ik zal nooit vergeten, wat je voor me gedaan hebt

Ik was in zeker opzicht blij, dat.. 

… voor het feit, dat ik jou zo nodig had

Denk je, dat…

De ontdekking, dat ik die capaciteit bezat

Ik weet niet, wat dit ons zal brengen 

Met zo veel komma’s te veel krijg je dus dit soort hakkelzinnen (p. 544, 681):

Roger Hubble was juist geweest met zijn bewering, dat MacIvor, niettegenstaande de kloof, die tussen hen ontstaan was, hun belangen bleef dienen.

Redmond verkondigde verder, dat hij de koning van Engeland nooit zou toejuichen, maar beweerde tegelijkertijd, dat het hangende wetsontwerp goed voor Ierland was, niettegenstaande het feit, dat het trouw aan de Kroon inhield.

Het hinderde me echt bij het lezen.

Ik ging me afvragen: waren die regels in de jaren ’70 anders, nee toch? Is de vertaling zo onzorgvuldig geredigeerd dan? Ik heb de laatste jaren wel eens gedacht dat redactie van boeken onzorgvuldiger is geworden, de winstmarges staan immers erg onder druk. Maar dit werpt wel een ander licht op de zaak. Er zitten, zeker tegen het einde, nog wat meer slordigheidjes in. Was het haastwerk? 

Wat ik er ook van leer, is dat het echt uitmaakt. Eén komma doet er soms al toe, omdat die de betekenis verandert, maar heel veel komma’s kunnen echt de leeservaring beïnvloeden.

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Consultants, leer zelf schrijven!

Louise Cornelis Geplaatst op 31 juli 2025 door LHcornelis23 juli 2025  

Interessante ‘whitepaper’ bereikte me via de nieuwsbrief van SIOO: ‘Hoe leer je als jonge consultant het vak, als AI het overneemt?’ Dat gaat over meer vaardigheden dan schrijven alleen, maar ik herkende toch veel en leerde ook nog nieuws.

Ik vond het fijn om een aantal ideeën uit mijn eigen recente artikel te herkennen. Het is pionieren op dit gebied, en het is voor mij prettige bevestiging als er andere mensen soortgelijke inzichten komen. Dat zat hem bijvoorbeeld in de vaststelling dat het controleren van het werk van AI meer werk kan kosten dan het zelf doen. Een mooie korte formulering van wat er verandert door generatieve AI is dat je van ‘creator’ ‘editor’ wordt. Met daaraan verbonden een agencyprobleem (aha, zo noem je dat, p. 37):
Door taken uit te besteden aan AI waar je zelf onvoldoende verstand van hebt, kan je ook niet goed controleren of het resultaat klopt of voldoet aan de kwaliteitseisen.

Ook bevestigend: dat AI stuurt in een mate die je niet moet onderschatten. Er zit een eigenzinnige gesprekspartner aan tafel. Ik dacht daarbij vooral aan: wil je wel dat ‘Big Tech’ je sparring partner is die je kritische en creatieve denkwerk beïnvloedt? Dit paper voegt er nog een voorbeeld aan toe, iets wat ik me nog niet had gerealiseerd: als je je interviews opneemt om ze door AI te laten uitwerken, beïnvloedt dat het gesprek. Dat is merkbaar aan de gesprekspartners: wat zij belangrijke punten vinden, herhalen ze een paar keer, gericht op de microfoon.

Nieuw voor mij de verschoven vraag uit de titel van het paper: wat te doen als het werk straks alleen nog maar voor senioren is? Dat begrijp en onderschrijf ik wel meteen: het werken met AI vraagt gevorderde vaardigheden. Ik zeg dat wel in mijn trainingen als: ‘jullie moeten mijn rol overnemen’. Je moet namelijk eerst goed uitleggen wat je wilt (kort door de bocht: ChatGPT het piramideprincipe aanleren) en daarna de output redigeren. Dat is dus het werk dat ik doe als trainer en kritische tegenlezer. Dat doe ik op senior niveau, maar dat heb ik ook moeten leren natuurlijk. Door het zelf te doen, keer op keer op keer op keer. Niet door het uit te besteden.

Hetzelfde geldt voor de seniore adviseurs met wie ik werk en die op hun beurt juniore medewerkers uitleggen hoe ze het willen en feedback geven op het werk dat die opleveren. Die kunnen dat omdat ze het zelf hebben gedaan toen ze zelf begonnen. Juist dat eerdere, ‘juniore’ werk is uitbesteedbaar, maar dan leer je het dus niet, en raak je er ook nooit door de wol geverfd in. Laat staan dat je er een eigen stijl in ontwikkelt. Want daar gaat het ook om: consultancy draait om meer dan efficiëntie.

Het paper pleit ervoor dat je als consultant ‘ouderwets’ moet blijven leren: het vak beheersen ‘alsof AI niet bestaat’ (p. 52). Vlieguren maken dus. Consequentie daarvan is dat je bewuste keuzes moet maken over waarvoor je AI inzet en wat je beter zelf doet.

Dat AI inzetten gevolgen heeft voor je professionele ontwikkeling, dat is iets wat jongere consultants zich onvoldoende realiseren. Hun blik op de nieuwe technologie is beperkt ze zien de risico’s ervan niet. En dat herken ik dan weer helemaal!

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Hoe schrijf je een goede songtitel?

Louise Cornelis Geplaatst op 13 juni 2025 door LHcornelis13 juni 2025  

Sinds ik mij voor een vak dat ik in Leiden gaf verdiepte in songteksten, vind ik dat een interessant onderwerp. Onlangs verscheen op Neerlandistiek een mooie aanvulling op de theorie van toen, namelijk over de titel van een popliedje.  De titel is de productpresentatie. Belangrijkste succesfactoren zijn: kort, met een balans tussen herkenbaar en origineel (= opvallend), herhaald in het liedje of zelfs binnen de titel. Ik herken dat allemaal meteen, maar ik had me niet eerder gerealiseerd hoe belangrijk een titel – inderdaad – is.

En nu ik toch over songteksten bezig ben: ik had hier nog niet gemeld dat Yke Schotanus, die ik toen in 2019 sprak en van wie ik een artikel gebruikte, ondertussen is gepromoveerd. (Nouja, ondertussen is niet helemaal het goede woord, het was al in 2020.) Zijn onderzoek ging over de wisselwerking tussen tekst en muziek, bijvoorbeeld de manier waarop de muziek aandacht kan vestigen op iets in de tekst (foregrounding). Precies daarover ging het toen in dat vak ook, maar dat is niet toevallig natuurlijk.

 

Geplaatst in Leestips, Opvallend | Geef een reactie

Druk met schrijven met AI

Louise Cornelis Geplaatst op 4 juni 2025 door LHcornelis4 juni 2025  

Ik heb al een tijdje niet geschreven op dit blog over schrijven met AI. Dat had er enerzijds mee te maken dat ik wel iets anders aan het schrijven was, wat ik een paar weken geleden ineens met spoed heb afgemaakt: binnenkort verschijnt in Tekstblad een artikeltje van me over wat schrijvende professionals wel en niet kunnen met AI.

Ik had hier al eerder gehint naar een op handen zijnde publicatie, het was eerst een opiniestuk maar dat kreeg ik niet ondergebracht. Ik was het aan het omschrijven voor Tekstblad en toen kreeg ik ineens het verzoek het snel af te maken omdat ze een gat hadden in de kopij van het aanstaande nummer. Dat gaf even haast, maar ik ben uiteindelijk wel blij met het resultaat. De redactie had op de valreep ook nog een paar goede aanwijzingen.

Ondertussen ontwikkelt schrijven met AI zich maar door. Ook dat heeft te maken met er hier weinig over schrijven: er is maar geen moment om de balans op te maken, zo snel gaat het. Met generatieve AI zelf, maar ook met hoe ik erover denk, op basis van eigen ervaringen, die van de mensen met wie ik werk, en wat ik erover lees. Hier een tussen-impressie dus.

Ik ben er hoe langer hoe meer van overtuigd dat AI gebruiken voor adviesrapporten en dergelijke betekent dat je ontzettend kritisch moet lezen, veel ook (al die output, na elke bewerkingsslag). AI doet namelijk de gekste dingen: argumenten geven die dat niet zijn, een loopje nemen met de feiten, herhalen en weglaten, tegenstrijdigheden presenteren en noem maar op.

Om ervoor te zorgen dat je uiteindelijke tekst wél goed is, moet je bij dat kritische lezen je hele hebben en houden inzetten: vakkennis (algemeen en specifiek), piramideprincipe-kennis, argumentatieleer, kennis van de klantsituatie, empathie Alles wat AI niet heeft, hooguit kan nabootsen (leuk artikel daarover). En eigenlijk is dat niet anders dan bij zelf schrijven. De inspanning is nog steeds groot. Althans, als je tot een goed eindproduct wil komen. AI kan denkwerk echt niet overnemen.

Ik heb inmiddels een aantal trainingen gegeven waarin een deel van de deelnemers AI gebruikte voor de oefeningen, om zo een vergelijking te maken met waar mensen mee komen. Dat was interessant en nuttig. Wat me het meest opviel: als ik in de nabespreking de output betrapte op een van die gekste dingen , wekte dat weerstand op. Het strooit echt zand in de ogen, is mijn indruk. En in kritisch lezen hebben die AI-adepten geen zin. In alles wat ik de laatste tijd heb gelezen over schrijven met AI (er verschijnt veel over!) vond ik recentelijk twee uitersten over dat kritisch lezen:

  • Dit artikel uit New York Magazine schetst een grimmig maar herkenbaar beeld van hoe studenten omgaan met AI. Dat idolate, plus het niet meer zelf nadenken, dat zie ik dus ook al bij m’n jongere trainingsdeelnemers. (Dank Serge voor de link!)
  • In het onderwijs zijn ze al bezig met leerlingen juist kritisch laten reflecteren op de AI-output, zo blijkt uit dit NRC-artikel van vorige week. Ja, daar moet je jong mee beginnen. Goed dat dat gebeurt! Ik heb het ondertussen zelf ook al een keer zo gedaan: AI-gegenereerde tekst op scherm, en er dan met z n allen kritisch naar kijken. 

Ik vind het interessante en soms zorgelijke ontwikkelingen. Er is niet eerder tijdens mijn werkende leven iets zo fundamenteel veranderd voor mijn vakgebied (en meer dan dat) als wat nu gaande is. Ik blijf het in de gaten houden! 

 

Geplaatst in Leestips, schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten

Recente berichten

  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid
  • Frieten zonder c

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (560)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (901)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑