Verschenen in Fiets van februari: mijn column ‘Loeders’. De column ziet er anders uit: de lay-out van Fiets is vernieuwd, eerste indruk is positief!
LHcornelis
Inspirerende citaten (en hun bronnen)
Vorige week kreeg ik twee visitekaartjes met een citaat op de achterkant. Is dat een trend? Beide kaartjes kreeg ik van mensen die ook in het communicatievak zitten, en de citaten zijn treffend:
- ‘Where there is perfection there is no story to tell’ (Ben Okri; het kaartje is van Astrid Schutte van Story Ventures
- ‘Everything should be made as simple as possible, but not simpler’ (Albert Einstein, het kaartje is van Sander Reijn van de Presentatie Architect.
Met twee andere citaten die ik zelf regelmatig gebruik ben ik in diezelfde week bezig geweest, namelijk om de herkomst te achterhalen – zonder succes overigens:
- ‘Kill your darlings’ is waarschijnlijk helemaal geen citaat, maar gewoon een gevleugelde uitdrukking uit de Engelstalige literaire wereld (zie Wikipedia erover)
- ‘Sorry dat deze brief zo lang is geworden; ik had geen tijd om een kortere te schrijven’ kende ik als toegeschreven aan een Engelse beroemdheid van wie de verzamelde brieven zijn uitgegeven (Orwell? Churchill?). Even googlen leidt echter tot Franse namen als Blaise Pascal en Voltaire, en op een weblog zag ik staan dat dat ook Tsjechov, Plato, Multatuli en Goethe wel genoemd worden als bron (die post houdt het op Pascal). Als iemand echt weet hoe het zit, hoor ik dat graag!
Los van de herkomst en de vindplaats: vier uitspraken ter inspiratie!
Edit, op 9 september 2010: het duurde even, maar inmiddels heb ik bevestiging dat het tweede citaat inderdaad van Pascal is. Het staat volgens mijn informant (oud-collega Raymond – dank!) in Pascals Lettres Provinciales nr. 17.
Geeltjes
Noodzakelijk hulpmiddel voor iedereen die een goed schrijf- of presentatie-maak-proces wil doorlopen: geeltjes, oftewel Post-its. Curicaal voor zo’n goed proces is dat je bezint eer je begint, dus dat je goed nadenkt voordat je gaat werken aan het eindproduct, over bijvoorbeeld de hoofdboodschap en de onderbouwing en de visualisaties. Oftewel: je structureert en maakt een storyboard voordat je in Word of Powerpoint aan de slag gaat.
Structureren en storyboarden zijn actieve processen met talloze tijdelijke tussenproducten. Je hoeft immers niet in één keer het ideale eindproduct neer te zetten; tijdens het werken groeien je ideeën en gedachten en verandert dus het product. Structureren lijkt bijvoorbeeld wel eens op Rummikub: je schuift met argumenten en feiten en boodschappen net zo lang tot je alles tot een verhaal verwerkt hebt. En vorige week maakte ik nog mee hoe een team erachter kwam dat er in hun storyboard-in-working nog een slide tussen moest. Ze waren bezig met stift op papier en dat leidde dus tot gestreep en pijlen. Dat werd er niet overzichtelijker op.
Structureren en storyboarden doe je dus bij voorkeur met materialen die passen bij het vele veranderen van het zich ontwikkelende product. Liever met potlood dan met pen dus. Geeltjes werken ook heel prettig omdat je ze eindeloos kunt schuiven. Ze maken rummikubben mogelijk en een slide ertussen in het storyboard is zo gedaan: je ‘verplakt’ ze gewoon. Hun vorm past dan ook nog eens prima bij zowel structureren als storyboarden – al heb je zeker voor storyboarden wel het grotere formaat nodig.
De foto’s geven een paar indrukken van hoe ik geeltjes gebruik. Op de eerste foto ben ik bezig met een eerste opzet van de structuur voor een artikel, met ‘paarsjes’. Op de tweede staat mijn voorraad trainingsmateriaal. De derde foto is een handig boekje met geeltjes van divers materiaal dat ik vorige week kreeg van de Presentatie Architect. Die aan de rechterkant zijn groot genoeg voor een storyboard; de kleine gekleurde links zijn handig voor iets anders: als bladwijzer. Bijvoorbeeld om aan de slides van een eerste versie van de print van een presentatie te plakken op de pagina’s waar nog wat mee moet gebeuren.
Geeltjes zijn simpel en doeltreffend, en dus onontbeerlijk. Deze weblog-posting is dan ook zowel een tip (voor wie ze nog niet ten volle benut) als een ode. Ode aan het product dat begon als mislukking: de lijm hield niet goed, wat moest je daar nou mee? Inmiddels weten we het antwoord…
Invloed van lezen op schrijven
Leuke vraag kreeg ik vorige week op een training: ga je van veel lezen beter schrijven? Ik heb er nooit onderzoek over gelezen, hooguit met vakgenoten overgespeculeerd, en dan is het antwoord een voorzichtig ja. Mits je goede dingen leest.
Onze indruk, zo herinner ik me vooral van gesprekken hierover met mijn oud-collega’s van McKinsey, was dat het lezen van goede boeken tegengif biedt tegen al het kantoor- en consultantsjargon. Misschien hoef je daar zelfs niet eens wereldliteratuur voor te lezen, maar volstaat zelfs een boeketreeksromannetje of elke thriller – zo lang het maar anders is dan het ‘optimaliseren van de leverage voor de best-practice’, bij wijze van spreken (of vul je eigen jargon in).
Op veel lager schrijfniveau speelt de invloed ook. Er wordt in mijn vakgebied al wel gevreesd bijvoorbeeld dat ‘de jeugd van tegenwoordig’ een minder stabiel woordbeeld ontwikkelt vanwege alle bagger die ze te zien krijgen op internet. Probleem daaraan is dat je als je niet op basis van het woordbeeld weet hoe je een woord schrijft, spellen veel meer moeite kost en vaker fout zal gaan. Mijn generatie (eerder deze week 43 geworden) hoefde amper te leren dat krijgd niet bestaat, daar hoef je de d/t-regels niet voor te kennen; het is een onmogelijk woordbeeld. Maar Google vindt in een wip 2430 hits, dus is het ineens een woord dat je wél kunt tegenkomen. Nou kun je erover debatteren of hij krijgd schrijven heel erg is (de jongeren die dat schrijven, schreven 25 jaar geleden waarschijnlijk helemaal niet voor het oog van anderen) – maar ánders is het wel.
Ook is mijn indruk bij iets oudere jongeren (beginnende studenten) dat een beetje belezen zijn uitmaakt voor hun gevoel voor schrijftaalzinnen, voor hoe geschreven taal eruit ziet, en ook wel een beetje voor genres – dat ze weten dat een artikel iets anders is dan een brief. Dat zijn dingen die moeilijk zijn om uit te leggen, en die je niet uit hóeft te leggen aan mensen met voldoende ervaring met teksten.
Op nog hoger schrijfniveau, dat van de schrijvende professionals, zou het wel eens kunnen zijn dat je stijl frisser blijft van lezen. Misschien. Want degenen die graag lezen, zullen misschien ook liever schrijven, en of het lezen dan het betere schrijven veroorzaakt, is maar helemaal de vraag. Slechter word je er echter zeker niet van, dus als je het niet heel vervelend vindt, zou ik altijd zeggen: pak af en toe eens een goed boek. Vergeet vooral niet ervan te genieten!
Fysieke basisbehoeften
Het was wat stilletjes op dit weblog. Duidelijke oorzaak: fysiek ongemak. Vorige week ben ik door mijn rug gegaan en had ik een paar dagen lang veel pijn; sinds maandag heb ik een stevige verkoudheid te pakken. Nou is dit geen medisch of dagboek-weblog – dus wat wil dit zeggen voor tekst en communicatie? Dat fysiek ongemak creativiteit in de weg staat. Normaal gesproken heb ik regelmatig wel ideetjes voor een weblog-verhaal, maar nu niet. Een duidelijk geval van de Piramide van Maslow: als er aan fysieke basisbehoeften niet is voldaan, kom je aan hogere behoeften niet toe. Oftewel: als je pijn hebt of niet fit bent, kun je niet creatief zijn. En als je honger of dorst hebt ook niet.
Als je wilt schrijven of presenteren, dient er dus aan je fysieke basisbehoeften te zijn voldaan. Ik werk echter wel eens voor bedrijven waarin het lijkt alsof de mensen geen lijven hebben. Waar bijvoorbeeld maaltijden worden overgeslagen (“Maar dan heb je toch geen tijd om te lunchen?” was laatst mijn bezorgde vraag. “Geeft niet! Geeft niet!” het antwoord) en de dagen zo vol worden gepland dat acht uur slapen onmogelijk is. Dat lijkt productief, zo hard werken. Lijkt. En het is zeker niet creatief.
Verschenen: artikel over verengelsing tweetalige leerlingen
In het tijdschrift Onze Taal van januari staat een artikel van Maaike Govers over de mate waarin het Nederlands van leerlingen op tweetalige middelbare scholen beïnvloed wordt door al het Engels dat zij horen. Die beïnvloeding gaat vrij ver: die leerlingen zeggen rustig ‘wij misbegrijpen elkaar’ – en dat is dan ook de titel van het artikel. Toch roept ze geen moord en brand: het trekt waarschijnlijk wel weer bij.
Maaike was mijn scriptiestudent aan de eerstegraads lerarenopleiding van de Universiteit Leiden/Hogeschool Rotterdam (LAV-1). Ik heb de laatste paar jaar van het bestaan aan die opleiding lesgegeven; inmiddels is ze opgeheven. Mijn laatste activiteit was het begeleiden van Maaike. Ze was met haar scriptie bezig toen ik in Afrika was, en ze heeft dat zo goed en zelfstandig gedaan, naast haar baan als docent Nederlands aan een tweetalige havo-vwo-school, dat ik het prima vond dat alleen haar naam bij het artikel kwam te staan, ondanks dat ik daar ook wel wat voor heb gedaan. Ik kondig het dus met trots en plezier hier aan.
Verschenen: fietsvrouwcolumn # 42
In de Fiets van januari staat mijn column over ‘core stability’. En een gelukkig nieuwjaar gewenst allemaal!
Louise
Niet, te, veel, komma’s, graag!

Komma
De komma is een lastig dingetje. Zo klein, boel lastige regels, en soms belangrijk, zo belangrijk dat de betekenis erdoor kan veranderen. Dat is bijvoorbeeld het geval met de beruchte uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen, weet je nog? Dat soort komma’s, die moeten heel precies geplaatst worden. Maar veel andere regels zijn veel grijzer: dan heb je een keuze.
Als een komma de lezer dan helpt bij het doorgronden van de structuur van een zin, dan zou ik zeggen: plaats hem. In andere gevallen: bij twijfel liever niet.
Te veel komma’s is vervelend lezen. Een komma is een pauzetje, en van te veel komma’s ga je dus haperend lezen. Ik heb dat laatst zelf weer eens ervaren toen ik het decembernummer van de Wielerrevue las. Er staan in verschillende artikelen een heleboel foutieve komma’s – echt foute, niet eens uit de grijszone. Het gaat dan steeds om komma’s voor dat, in van die zinnen als (uit het jaaroverzicht, juni, van p. 66):
ASO maakt bekend, dat de komende ronde van Frankrijk wordt gereden onder de regels van de Franse bond (…).
(…) Prudhomme zegt nog maar eens, dat Astana niet alsnog voor de Tour wordt uitgenodigd.
De Fransen zeggen, dat ze niet de regie in handen willen krijgen.
Een veel voorkomende zinsconstructie, en dus veel overbodige komma’s. Gevolg: haperend lezen. Erg irritant!
Nogmaals over de column met de vele reacties
Ik schreef er al eerder over dat mijn column in het november-nummer van Fiets een record aantal reacties heeft opgeleverd. Er is er recentelijk nog eentje bijgekomen, op het weblog Wielerplaza. De posting bevat ook de integrale tekst van de column. Uit deze posting kan ik opmaken dat de schrijver, Patrick Burger, mijn bedoeling van de column goed heeft opgepikt – dat wisselde namelijk nogal eens, zo bleek uit de reacties. Met plezier een linkje dus!
Stijlbreuk op kerstavond
Tsja, het is wat, taal en kerst. Sinds de nieuwste spellingswijziging is kerst met een kleine letter en Kerstmis met een grote (bron), als het tenminste het feest is en niet de mis, en alsof dat nog niet genoeg is, is het al een aantal jaren schrikken dat Jezus niet meer in een kribbe geboren is, maar in een voederbak. Hartstikke goed, die nieuwe bijbelvertaling – op dat ene woord na. Nouja, toegegeven, ook ‘en het geschiedde in die dagen’ vond ik prachtig, en dat is gewoon ‘in die tijd’ geworden. Maar ik begrijp dat verandering nodig was – en een beetje auw doet.
Maar afgelopen kerstnacht, in onze plaatselijke PKN-gemeente, kreeg ik toch echt bijna de slappe lach van de vertaling, ondanks dat de kribbe weer terug was. Enerzijds werden de herders ‘ongelofelijk bang’; anderzijds zongen de engelen over ‘mensen des welbehagens’. Zoiets heet een stijlbreuk: ‘ongelofelijk bang’ is informeel, maar ‘des welbehagens’ is archaïsch en formeel: het is een genitief, een naamvalsconstructie die niet meer actief gebruikt wordt in het Nederlands. Kort na elkaar botst dat, en beide stijlen kunnen nooit voor één publiek optimaal zijn. Daarom wordt aangeraden stijlbreuken op te lossen: één van de twee stukken herschrijven.
Die genitief staat in de oude NGB-vertaling, maar daar zijn de engelen niet ‘ongelofelijk bang’, nee, zij ‘vreesden met grote vreze’. En ‘ongelofelijk bang’ zijn ze zelfs in de nieuwe vertaling niet, daar ‘schrikken ze hevig’ (kennelijk had de dominee zelf wat gemaakt?). En daar zijn de ‘mensen des welbehagens’ ‘de mensen die hij (God) liefheeft’. In beide gevallen is de stijlbreuk weg.
Ik moet zeggen: de stijlbreuk werkte op mijn lachspieren. Maar misschien was het wel expres, zo realiseerde ik me later. Want herders zijn gewone kerels uit het volk, en ik kan me voorstellen dat engelen archaïsch taalgebruik bezigen. Dan is het dus een functionele stijlbreuk. In taal is vrijwel niets zwart-wit fout óf goed – ook stijlbreuken niet!
Bron bijbelvertalingen: Oude en nieuwe vertaling van het kerstverhaal naast elkaar