Ik stond gister inderdaad in De Pers, leuk stukje geworden en mijn woorden zijn prima weergegeven: http://www.depers.nl/economie/582287/Weg-met-de-Powerpoints.html
LHcornelis
Vakantiebelevenissen (4 en slot): Ngaabzan!
Tot nu toe had ik het in mijn vakantiebelevenissen-onderwerpen over Canada alleen over immigrantentalen. Maar je hebt in Canada natuurlijk ook nog de talen van de oorspronkelijke bewoners, door ons vaak indianen genoemd, daar first nations of aboriginals. We hebben Manitoulin Island bezocht, waar ongeveer een derde van de bewoners van die afkomst is. Op de boot erheen vanuit Tobermory hoorde ik dan ook een taal gesproken worden die ik op niets bekends vond lijken, behalve dan dat er af en toe duidelijk Engelse woorden in zaten.
En helemaal fraai werd het toen we op het eiland het stadje Wikwemikong bezochten, op het enige stukje land dat nooit aan de kolonisten verkocht is geweest (‘unceded’). We hebben er niet zo heel veel kunnen zien en doen, want het was op die dag net zulk weer als vandaag in Nederland (meer dan 50 mm regen). Maar wat we wel zagen, was dit prachtige verkeersbord (alsof ze daar ‘stop’ niet zouden begrijpen):
Morgen De Pers in de gaten houden!
Ik ben net geïnterviewd voor een artikel in De Pers van morgen, naar aanleiding van de Zwitserse anti-Powerpointpartij waar ik vorige week over schreef. Morgen in de trein dus een krantje zoeken!
Wat de journaliste me vertelde, is dat ze moeite heeft om in Nederland een echte Powerpointhater te vinden; in het buitenland (VS, België) zijn er meer. Ik kon ook zo gauw niemand bedenken. Wel uitgesproken Powerpointliefhebbers, en niet-gebruikers, maar geen haters. Frappant.
Vakantiebelevenissen (3): talenkluts
Vorige keer al iets over meertalig Canada – het bekendste aspect daarvan is natuurlijk de Franse kwestie: een grote minderheid spreekt Frans. Mede daarom wilde ik graag vanuit Ontario eens even de grens over naar franstalig Quebec.
Zo gezegd, zo gedaan, en we reden naar het plaatsje Wakefield. Ja, echt, dat ligt in Quebec.
En het werd nog gekker, want het hotel heette Alpengruss en het ski-gebied Edelweiss. En je kon er plaatselijke honing kopen, de imkerij heette Berg en Dal. Nouja, honing… miel dus. Miel Berg en Dal bij Edelweiss in Wakefield. Ik vond het maar een talenkluts!
(zie ook http://www.savourottawa.ca/profiles_en/berg-en-dal_honey.php )
Vakantiebelevenissen (2)
We zijn onze vakantie in Canada begonnen in Toronto, een buitengewoon multi-culturele stad. De helft van de inwoners is niet in Canada geboren! Overigens geldt dat ook voor onze Canadese vrienden die we daar bezochten.
De bevolkingssamenstelling betekent dat er in Toronto veel verschillende talen gesproken worden – en dat dwars door elkaar, afgaande op het straatbeeld. Want op de borden die laten zien welke winkels er in de mall zijn, zie je regelmatig niet alleen verschillende talen, maar zelfs verschillende alfabetten. In de buurt waar onze vrienden, North-York, wonen veel Joodse en Russische immigranten:
En zo zie je bijvoorbeeld ook wel borden met diverse soorten Aziatische schrifttekens én Arabisch erop. Naast ons ‘gewone’ Latijnse alfabet. Drie of meer alfabetten in één winkelcentrum – ik vind het bijzonder!
Leuk trouwens dat er in het Russisch staat dat de winkel ‘producten’ verkoopt – daarover verbaasde ik me op dit weblog al eens eerder.
Zwitserse anti-Powerpoint-partij
Ik hoor net dat er in Zwitserland een politieke partij is die door middel van een referendum een verbod op Powerpoint wil afdwingen (bron). Dat lijkt mij een typisch geval van symptoombestrijding. Ja, je kunt met Powerpoint inderdaad presentaties maken die saai zijn en waardoor mensen hun verstand op nul zetten en hun tijd voldoen. Maar is dat de schuld van een computerprogramma? Ik denk van niet!
Nouja, hooguit verleidt Powerpoint tot slecht gedrag. Maar als je er goed mee omgaat, is het een prachtig middel. Ertegen strijden maakt voor mij vooral duidelijk dat je geen goede diagnose gesteld hebt: geen goede probleemanalyse. Ik vind ook dat Powerpoint te veel gebruikt wordt (zie hier). Maar op deze partij zou ik dus niet stemmen.
Waarom je presentaties beter zouden kunnen
Knap werk van collega-blogger Jan Schultink om in zo weinig woorden precies uit te leggen ‘why your presentations could have been better‘. Ik heb net enkele presentaties van feedback voorzien, en ik kwam alle drie de punten tegen, luid en duidelijk!
Dus ik verwijs maar weer eens naar IdeaTransplant, heb ik vaker gedaan, toen het nog ‘Slides that stick’ heette. (Dus eigenlijk bedoel ik: gewoon volgen, dat blog!)
Woord versus beeld
Mijn interesse in wielrennen en mijn vakgebied komen dicht bij elkaar dankzij informatie die Team Sky verstrekt over mijn favoriete renner in de Tour de France: van Juan Antonio Flecha worden elke dag de gedetailleerde inspanningsgegevens tijdens de etappe gepubliceerd, zoals geleverd vermogen, trapfrequentie en hartslag.
Hartstikke interessant natuurlijk, maar niet makkelijk. De tekst, daar kom ik nog wel een beetje uit, al staat er veel jargon in (normalized power, TSS, FTP), maar de plaatjes, daar kan ik echt geen soep van koken.
Probleem is, en dat zie ik ook wel in het ‘echte’ werk, dat ze veel te veel informatie bevatten. De data zijn sowieso al heel gedetailleerd, en dan zijn ook nog alle data, van de verschillende variabelen, in één grafiek gepropt. Daardoor is het vooral één grote kermis.
Alleen als ik weet wat er interessant aan is, door eerst de tekst gelezen te hebben, kan ik dat met wat moeite terugvinden in het plaatje. Maar het plaatje spreekt voor mij zeker niet voor zich, dat is echt specialisten-werk.
Voor iets als een Powerpointpresentatie zou ik zeggen: doe aan datareductie! Bedenk heel goed wat je wilt zeggen (‘aan het verloop van Flecha’s vermogen tijdens de ploegentijdrit kun je precies zien wanneer hij op kop kwam’), en kies dan een beeld dat dat precies uitdrukt. In dit voorbeeld zou dat dan dus één lijn zijn waarin regelmatige pieken zichtbaar zijn.
Zelf kijken en lezen? Ga naar http://ht.ly/5xuBg Door (een beetje onlogisch) op ‘next stage’ te klikken, kun je ook de vorige etappes zien.
Een schrijfprofessional gebruiken
In mijn meest recente column in Tekstblad pleit ik ervoor dat meer mensen gebruiken zouden moeten maken van een professioneel tekstschrijver. Zo van: iedereen denkt maar dat-ie kan schrijven, maar daar plukken we de wrange vruchten van in de vorm van rapporten en offertes vol met jargon en jaren ’50 schrijftaalclichés (‘hopende u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd’).
Vanochtend viel mijn oog op een uitspraak van Sarah Notenboom, zelfstandig ondergoedproducent voor de grotere maten, in de huidige Opzij (p. 89). Ze geeft drie tips, en één ervan luidt:
Investeer in je presentatie. Een eindredacteur kijkt mijn teksten na, een professionele fotograaf fotografeert modellen met mijn ontwerpen.
Zoiets zie ik niet vaak staan. Notenboom komt over als kwaliteitsbewuste ondernemer, en daar hoort zorg voor de kwaliteit van teksten bij, natuurlijk. ‘Nakijken’ vind ik nog wat minimaal klinken, want een tekst-professional kan veel meer dan dat, maar toch: uit zo’n uitspraak blijkt dat ze zich ervan bewust is dat goed schrijven vakwerk is. Inderdaad.
Vakantiebelevenissen (1)
Op een avond lagen wij in een motel vlakbij Algonquin Provincial Park al vroeg in bed. Voor ons gevoel midden in de nacht (het bleek later 11 uur geweest te zijn), schrokken we wakker van een geluid aan onze voordeur en die ging zelfs even open – en meteen weer dicht. Henk uit bed om te kijken en de deur op slot te draaien (waren we dat vergeten?) en daarna duurde het even voordat we weer de rust hadden om verder te slapen. Er gebeurde verder niets, dus kennelijk had iemand zich in de kamer vergist ofzo?
De volgende ochtend deed ik de deur open en zag toen ernaast een briefje liggen, met wat harkerig handschrift op een servetje:
“Your door is open”. Naar letterlijke betekenis zo helder als glas, maar we hadden geen flauw idee wat we ermee moesten. Ja, onze deur was open, dat hadden we gemerkt. Maar was dit dan een berichtje van de deuren-controleur, die was nagegaan of wel alle motelgasten braaf hun deur op slot hadden gedaan? Was dat verplicht dan? Dan was de strekking: ‘foei’ of ‘volgende keer beter opletten’ wellicht? We vonden het vreemd, maar iets anders konden we er niet van maken.
Pas de dag erna, toen we uitcheckten, hoorden we hoe de vork in de steel zat. Onze buren hadden zichzelf buitengesloten en opgebeld naar de beide beheerders. Die waren allebei gekomen, zonder dat ze dat van elkaar wisten. De eerste beheerder had het probleem opgelost. Toen de tweede kwam, trof die de buitengeslotenen dus niet meer aan. Ze nam aan dat ze even weg waren gegaan. Van een andere gast hoorde ze dat het zou gaan om nummer 11 – onze kamer. Ze maakte de deur daarvan dus open, en legde een briefje neer voor als de buitengeslotenen terug zouden keren. Strekking: ‘Probleem opgelost, jullie kunnen er weer in’. Dat wij in die kamer lagen te slapen, had ze niet gemerkt.
Nu is dit misschien een extreme situatie omdat het briefje niet voor ons bedoeld was, maar zelfs als een boodschap wel bij de beoogde lezer terechtkomt, kan het zijn dat die de strekking ervan niet vat. In het geval van mondelinge communicatie kun je door ‘huh?’ te zeggen meteen duidelijk maken dat dat het geval is, maar dat kan bij schriftelijke niet. Best lastig dus, schrijven!



