↓
 

Louise Cornelis

Tekst & Communicatie

  • Home |
  • Lezergericht schrijven |
  • Over Louise Cornelis |
  • Contact |
  • Weblog Tekst & Communicatie

Auteursarchieven: LHcornelis

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

VIOT (3)

Louise Cornelis Geplaatst op 2 januari 2012 door LHcornelis2 januari 2012 1

Nu de feestdagen erop zitten, blik ik nog één keer terug op de VIOT-conferentie. Voor de kerst schreef ik daar al over. Mijn bezoek leverde een stuk of drie tips op. Is dat niet wat weinig? Drie nee’s en één ja.

Nee 1: Mijn beeld is verre van volledig, niet eens representatief. Ik ben maar anderhalf van de ruim 2,5 dag geweest en de meeste lezingen vinden plaats in parallelsessies. Soms heb ik mijn keuze daaruit bepaald door mogelijk nut, dus praktische relevantie voor mijn werk. Maar niet altijd – ik ben ook wel naar vrienden en bekenden geweest, of naar iets wat me zomaar leuk leek. En ik heb dus sowieso meer niet gezien en gehoord dan wel. Wie weet wat ik gemist heb!

Nee 2: Er waren meer lezingen praktisch relevant, maar dan voor een andere praktijk dan de mijne. Ik heb bijvoorbeeld interessante dingen gehoord over AIDS-voorlichting in Afrika en schrijven op de middelbare school.

Nee 3: Fundamenteel onderzoek levert niet direct praktisch toepasbare adviezen op, maar is wel nodig. Ik heb bijvoorbeeld lezingen gehoord van Ronny Boogaart met respectievelijk Kim Verheij en Alex Reuneker over ‘ongehoorzame’ bijzinnen (die ‘los’ voorkomen, dus niet aan een hoofdzin vast) en over zinnen die beginnen met ‘Het is dat…’ (‘Het is dat ik je zo lief vind, maar anders had je de afwas mooi zelf mogen doen’). Met beide constructies kun je als taalgebruiker subtiel sturen. Mijn eigen onderzoek naar de lijdende vorm zat ook in die hoek (constructiegrammatica) en leidde wel tot praktische adviezen, maar dat hoeft dus niet eens, en zeker niet direct. Want we weten eigenlijk nog maar zo weinig over hoe taal nou écht werkt – en dat levert dit soort onderzoek dus op.

Ja. Maar dan de ja. Die sluit mooi aan bij het vorige punt: wat weten we nog weinig! Te veel taalbeheersingsonderzoek is onvoldoende praktisch relevant, niet zozeer omdat daar niet naar gestreefd wordt, maar omdat er een kloof gaapt tussen wat er in de praktijk gebeurt en de onderzoeksmethode. Er wordt al gauw geteld en gemeten en dan iets geconcludeerd, maar het is dan onduidelijk wat dat zegt en wat we daaraan hebben.  Meer methodologisch geformuleerd: de generaliseerbaarheid is sowieso een probleem, en zeker die naar naar een ‘echte’ praktijksituatie. En dat komt dus doordat we nog zo weinig weten.

Mijn indruk van deze conferentie was ook dat er misschien wel wat te snel gestreefd wordt naar dat tellen, meten en concluderen, zonder in het voortraject voldoende zorgvuldig te werk te gaan. Maar als je bijvoorbeeld niet duidelijk afbakent wát je telt, dan zijn je conclusies ook niet duidelijk. Of als je hele onderzoek gebaseerd is op één geval (één spreker, één tekst), dan kan alles wat je vindt sowieso toeval zijn. Of als je design te ingewikkeld is, dan vind je altijd wel ergens iets wat statistisch significant is, maar wat zegt dat dan? Enzovoort. Veel taalbeheersingsonderzoek is methodologisch niet zo sterk, en dan weet ik dus niet wat ik ermee aan moet.

Grondig onderzoek is tijdrovend. Gelukkig zag ik daar ook wel voorbeelden van. Ik verwacht bijvoorbeeld op termijn wel wat nuttigs uit het schrijfprocesonderzoek van Mariëlle Leijten en Luuk van Waes. Zij doen namelijk onderzoek naar hoe schrijven tegenwoordig écht gaat. Dus niet mensen in een soort isolement zetten waarin ze zich op één door de onderzoek bedachte taak concentreren, maar nee, kijken naar hoe schrijven gaat in een wereld waarin een schrijver  tijdens het schrijven talloze keren wegklikt naar bronnen voor het schrijven (‘even googlen’) of naar andere digitale dingen (‘even twitter kijken, even m’n e-mail checken’). Ze maken daar mooie plaatjes van. Het schrijven van één hele tweet ziet er daarin zo uit (stukje van hun handout):

Elk bolletje representeert de tijd doorgebracht op een bepaalde plek. De grootste bol is Twitter zelf, de kleinere zijn de ‘uitstapjes’ naar opgezochte informatie, zowel inhoudelijk als over Twitter-conventies. De onderzoekers combineren deze gegevens met bijvoorbeeld toetsaanslagen, zodat je precies kunt zien hoe bijvoorbeeld een uitstapje naar een informatieve website leidt tot een correctie in de formulering van de tweet.

Als dit al een eenvoudige tweet is, hoe ingewikkeld ziet een schrijfproces van een langere tekst er dan wel niet uit! Leijten en Van Waes lieten kort een plaatje zien van een offerte-schrijfproces… wauw! Wat een complexe chaos! Maar ook: herkenning! Ja, zo gaat schrijven tegenwoordig, maar dat vind je niet in de theorie erover. Tussen de bekende theorie en de praktijk gaapt dus een kloof, en die kun je met dit soort onderzoek dichten. Alleen is dat een behoorlijke onderzoeks-inspanning die een nauwgezette analyse van heel veel data vergt.

Toch leverde deze lezing wel ook meteen wat op: geruststelling voor schrijvers die het idee hebben dat schrijven iets heel gecontroleerds en beheersbaars is, wat lineair verloopt. Dus, en dat is dan mijn laatste VIOT-tip: rommelige schrijvers, wanhoop niet; schrijven is grillig, en dat is normaal!

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Overbodige woorden eruit

Louise Cornelis Geplaatst op 28 december 2011 door LHcornelis28 december 2011  

Inspirerende tips, voor het Engels weliswaar, maar de meeste ook toe te passen in het Nederlands: 12 tips for eliminating unnecessary words (via @Tekstblad).

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Proefpersonen gezocht!

Louise Cornelis Geplaatst op 28 december 2011 door LHcornelis28 december 2011  

De taalwetenschap een stapje vooruit helpen? Doe mee: http://www.onderzoekbijbelsenamen.nl/

Geplaatst in Gezocht | Geef een reactie

We zijn een advies

Louise Cornelis Geplaatst op 27 december 2011 door LHcornelis27 december 2011  

Leuk: onze lezing van donderdag wordt als één van de vijf adviezen genoemd op Tekstblog: http://www.tekstblog.nl/viot-dag-2-5-adviezen-voor-betere-communicatie/

Geplaatst in Piramideprincipe-onderzoek, schrijftips | Geef een reactie

VIOT-tips (2)

Louise Cornelis Geplaatst op 23 december 2011 door LHcornelis31 januari 2023 1

Gister nog een dag naar het VIOT-congres geweest. Zelf gepresenteerd, samen met Marit en Eveline, en dat ging prima: het was druk, het liep goed, boel leuke en interessante reacties, dus aardige discussie naderhand. Met veel mensen gepraat ook. Naast vakgenoten kwam ik ook veel bekende studenten tegen: naast de Groningse ook vooral overal Leidse, die ik nog ken van de vakken die ik daar vorig jaar ken. De Leidse studenten Nederlands waren namelijk massaal ingezet voor alle mogelijke hand- en spandiensten tijdens de conferentie, dat was wel gezellig dus.

Maar goed, de praktische zaken – waar had een schrijvende professional wat aan? Ik ben naar een lezing geweest van Margreet Onrust over het gebruik van hyperbolen in columns. De conclusie was niet zo heel opzienbarend: tussen individuele columnisten is daarin meer verschil dan tussen de twee subgenres van de persoonlijke of literaire column enerzijds, en de maatschappelijke of polemische anderzijds. De discussie na afloop deed bij mij wel een lampje branden. Onrust concludeerde namelijk dat door preciezer te kijken naar de stijl van columnisten het ook makkelijker wordt voor onervaren columnisten om die stijl af te kijken en na te doen – iets wat ik ook altijd aanraad: kijk goed hoe andere, goede schrijvers het doen.

Maar, zei iemand anders, het is toch juist aantrekkelijk als je als columnist je eigen stijl hebt? Een krant neemt niet twee columnisten aan van wie de stijl op elkaar lijkt. ‘Hmm,’ dacht ik, ‘daar zit wat in.’ Maar Onrust bracht daar weer tegenin dat ze bij het adviseren over de stijl van columns natuurlijk niet denkt aan een tweede Martin Bril of Aaf Brandt Corstius, maar aan de hobby-columnist van het bedrijfs-, personeels-, of verenigingsblad, of van het eigen weblog. Die kunnen er wél wat aan hebben. En dat lijkt me terecht! Zo lang je het grote landelijke dagblad nog niet gehaald hebt, mag je de kunst heus wel afkijken.

Verder zat er aan het eind van de dag een duidelijk hoogtepunt door de presentatie van Eveline Pollmann – ook betrokken bij mijn presentatie, maar nu sprak ze over de resultaten van haar onderzoek naar de effectiviteit van schrijftrainingen in organisaties (dat ze deed in het kader van een stage bij Schouten & Nelissen, waar ik tot een paar jaar geleden voor gefreelancet heb, en dat is ook weer niet toevallig). Gek genoeg is zulk onderzoek er nauwelijks, en wat er is, is al oud en niet bijster positief. Ook Evelines resultaten zijn niet onverdeeld reden tot genoegzaamheid: zij vond wel degelijk effect, maar voor een deel is dat te verklaren doordat zij door haar onderzoek de deelnemers langer ‘bij de les’ hield.

Ik hoorde in Evelines verhaal een boel dingen die ik herkende, en die ik op dit weblog ook al vaker heb geroepen. Hier komen de belangrijkste conclusies:

  • Beter schrijven vergt langdurige aandacht; het is niet iets wat je met een training van een (halve) dag bereikt. Het heeft een lange doorlooptijd waarin vooral regelmatige feedback zinvol is.
  • Beter schrijven vergt ook inbedding in de organisaties: doe het samen met de hele afdeling, zorg dat de leidinggevende betrokken is, enzovoort.
  • Een groeps-schrijftraining doet wel wat op het gebied van structuur en schrijfaanpak, maar niet van stijl. Het lijkt zinloos om op een training aandacht te besteden aan ‘vermijd het passief‘ en ‘schrijf geen jargon’. Stijl lijkt sowieso niet het grootste probleem in de praktijk, en het verbeteren ervan is intensief maatwerk.

Als Eveline helemaal klaar is, hoop ik nog een keer met haar verder te praten over haar resultaten en aanbevelingen. Daar horen jullie ook weer over natuurlijk!

Geplaatst in schrijftips | 1 reactie

Prezi niet voor perfectionisten

Louise Cornelis Geplaatst op 23 december 2011 door LHcornelis23 december 2011 1

Gisteren heb ik, samen met de Groningse studenten Marit en Eveline, voor het eerst gepresenteerd met Prezi. Ik heb me een paar weken geleden de grondbeginselen door Marit en Eveline laten uitleggen, er toen zelf wat mee gefröbeld, en eerder deze week de presentatie die samen (met ook nog Jan erbij) hadden ontworpen en die zij hadden gemaakt, overgenomen om nog wat puntjes op de i te zetten.

Dacht ik.

Maar bij Prezi willen de puntjes niet op de i. En dat is een grote domper op de vreugde – de vreugde die er nog steeds wel is, want ik blijf erbij dat het in Prezi mogelijk is een samenhang te verwezenlijken die in Powerpoint onmogelijk is (zie mijn eerste indruk). Maar er zijn ook een aantal dingen níet mogelijk die vooral de perfectionist in mij zeer verontwaardigen: het is lastig tot onmogelijk de presentatie tot in detail af te werken. Wat er bijvoorbeeld niet kan, is:

– Cursief lettertype (en er zat een titel van een boek in de presentatie).
– Letters overal even groot krijgen door simpelweg de fontgrootte in te vullen ergens – alle formaten zijn relatief, een gevolg van in- en uitzoomen, en het lijkt erop dat de beginwaardes ook wel verschillen (ofzoiets), waardoor ze zelfs met netjes zoomen niet gelijk te krijgen zijn.
– De precisie die Powerpoint kent bijvoorbeeld door het uitlijnen en de verbindingslijnen, waardoor lijntjes precies op elkaar aansluiten, ontbreekt. Je krijgt dan dus zoiets:

Dat kon er voor gisteren beslist mee door, maar toch: aargh! De lijntjes ‘landen’ niet precies en de bovenkanten van de onderste vakjes zijn niet gelijk. Een perfectionist moet echt niet met Prezi aan de slag!

Geplaatst in Presentatietips | 1 reactie

VIOT-tips (1)

Louise Cornelis Geplaatst op 21 december 2011 door LHcornelis21 december 2011 1

Vanmiddag was ik naar het VIOT-congres, de driejaarlijkse bijeenkomst van taalbeheersers (vooral onderzoekers). Aantal aardige dingen gehoord, maar eigenlijk maar één presentatie met een directe link naar mijn praktijk, en dat is een geruststellende: het publiek vindt het helemaal niet zo erg als je als presenteerder eens een foutje maakt. En of je dat nou probeert te repareren met lachen om jezelf (zelfspot) of niet, dat maakt ook niet uit, dus als dat niet je stijl is – geen probleem.

Het ging om fouten als: je bent aan het presenteren en dan rinkelt je telefoon. Grapje: ‘Oh, da’s zeker m’n baas die wil checken of ik wel echt aan het werk ben’. Maakt dus allemaal niet uit, niet voor je geloofwaardigheid als spreker en de interessantheid van je verhaal (tenminste, niet in dit onderzoek, van Koren, Wackers en De Jong). Scheelt weer in de presenteer-zenuwen!

Morgen ga ik nog een dag, dan presenteer ik zelf ook, en zal ik natuurlijk ook weer met tips voor de praktijk terugkomen!

En oja, maar één uit zeven presentaties praktisch relevant? Ja, voor mijn soort praktijk dan, hè, gericht op schrijvende en presenterende professionals. En uit de keuze van zeven die ik had gemaakt. Ik ben benieuwd of de oogst morgen rijker is.

Geplaatst in Presentatietips | 1 reactie

Net uit: Tekstbladcolumn

Louise Cornelis Geplaatst op 20 december 2011 door LHcornelis20 december 2011  

Net uit, de nieuwe Tekstblad, met daarin een column van mij die gebaseerd is op de interviews met zakelijke lezers van september, zie dit bericht en de trackbacks.

Geplaatst in verschenen | Geef een reactie

Dubbele ontkenning niet onnodig

Louise Cornelis Geplaatst op 20 december 2011 door LHcornelis20 december 2011  

Kort achter elkaar hoorde ik mensen mopperen over dubbele ontkenningen. Zo van dat ‘niet onaardig’ hetzelfde betekent als ‘aardig’, en wel zo simpel. Enerzijds is die gedachtegang logisch, zeker als je wiskundig denkt: twee keer min is plus. Anderzijds is taal geen wiskunde, en speelt er bij taal veel meer een rol dan simpelweg de logische betekenis.

Bij dubbele ontkenning speelt dat ‘veel meer’ een rol. Als je zegt ‘hij is aardig’, dan zeg je recht-toe-recht-aan dat hij aardig is. Maar als je zegt ‘hij is niet onaardig’, dan kun je je dat als volgt voorstellen:

Er zijn mensen die hem onaardig vinden. Ik ben het daar niet mee eens.

Dit wordt wel polyfonie genoemd: het is alsof er in ‘hij is niet onaardig’ twee stemmen te horen zijn, eentje die beweert dat hij onaardig is, en de stem van de spreker die dat ontkent.

Meer in het algemeen roept niet op wat het ontkent. Dat is een bekende – denk níet aan een roze olifant…. en waar denk je dan juist aan? Zelfs opvoeders weten het al, heb ik begrepen: zeg niet dat een kind iets niet mag doen, maar herformuleer het positief, zonder niet. Want als je zegt ‘niet vervelend doen tegen je zusje’ roep je dat vervelend doen juist op.

‘Niet onaardig’ roept dus een wereld op waarin die onaardigheid er wel is, of zou kunnen zijn. Het is dus een complexere uitspraak dan ‘aardig’, en dat kan soms nodig of nuttig zijn. Risico is natuurlijk wel dat de zin in zijn totaliteit te complex wordt, of dat die andere stem, andere wereld die je oproept er eentje is waar de lezer geen weet van heeft. Dat geldt bijvoorbeeld nogal eens in teksten waar veel input op is geweest. Eén van de input-gevers geeft gezegd dat de gekozen oplossing ‘ongeschikt’ is, en dan staat er later in de tekst dat die oplossing ‘niet ongeschikt’ is. Maar de lezer heeft geen weet van de ongeschiktheid, en kan die tweede stem dus niet plaatsen. Dan is ‘geschikt’ beter op zijn plaats.

Dus: niet zomaar gebruiken, die dubbele ontkenningen, maar ook niet nooit, dat hoeft niet!

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

De NS staart talig navel

Louise Cornelis Geplaatst op 19 december 2011 door LHcornelis19 december 2011  

Vorige maand had ik het al over het opmerkelijke taalgebruik van de NS. Vandaag wil ik er graag nog wat aan toevoegen. Niet zozeer omdat dit blog bedoeld is als NS-bashing, maar meer omdat ik het fraaie voorbeelden vind van hoe een bedrijf talig kan gaan navelstaren en z’n eigen terminologie opdringt aan klanten (reizigers, in dit geval). Klant-/reizigergericht schrijven is iets anders.

Het begon vandaag met iets wat leek op wat ik in mijn vorige post signaleerde. Ik stond de gele borden met vertrekinformatie te bestuderen. Het viel me op dat het begrip stoptrein niet meer bestaat: alles is intercity óf sprinter. Klinkt stoptrein te sloom? Maar het drukt wel uit wel wat het is: een trein die overal stopt. Sprinter klinkt vooral snel, en dat is verhullend en misschien zelfs onduidelijk.

Vervolgens ging ik mijn Voordeelurenkaart verlengen. Zo zou ik het zeggen, maar in NS-speak heet dat ‘bestelling ophalen’. Tenminste, die optie moest ik kiezen bij de automaat. Ik heb bij mijn weten nooit wat besteld; de kaart loopt gewoon door. Dus dat is een voorbeeld van intern gericht taalgebruik dat niet aansluit bij hoe reizigers praten en denken.

Nadat ik op ‘bestelling ophalen’ had gekozen, werd het echter nog een graadje erger. Er verschenen vier dingen op het scherm, waarvan ik er één rechtstreeks in verband kon brengen met wat ik wilde – daar stond iets van ‘Voordeelurenabonnement activeren’ ofzoiets. De andere drie dingen snapte ik niet, en vond ik zelfs enigszins verontrustend: er iets bij als ‘Reizen op saldo de-activeren’ – wat ik niet wilde. Eronder stond gelukkig ‘Reizen op saldo activeren’, maar toch… Een keuze maken kon ik niet, dus op hoop van zegen maar op ‘Volgende’ gedrukt.

Ik geloof dat het goed is gegaan. Maar toch. Het kan best zijn dat het systeem vier dingen heeft moeten doen om mijn kaart te verlengen, waaronder ‘reizen op saldo’ eerst de-activeren en daarna activeren, maar ik hoef dat allemaal niet te weten. Ik kon toch niet kiezen, en voor mij was maar één ding van belang: dat ik weer met korting kon reizen. Het lijkt erop dat hier het systeembelang geldt boven de begrijpelijkheid en duidelijkheid voor mij als reiziger.

Jammer. Klantgerichtheid zit hem ook in formuleringen en woordkeuze.

Geplaatst in schrijftips | Geef een reactie

Bericht navigatie

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Recente berichten

  • Met een pro-drop naar de sportschool
  • Sprekend proefschrift
  • Engelse woorden steken over
  • Kom bij Annie thuis!
  • Wat sneeuw doet met leesbaarheid

Categorieën

  • Geen rubriek (10)
  • Gesprek & debat (30)
  • Gezocht (9)
  • Leestips (324)
  • Opvallend (561)
  • Piramideprincipe-onderzoek (98)
  • Presentatietips (154)
  • schrijftips (902)
  • Uncategorized (47)
  • Veranderen (39)
  • verschenen (206)
  • Zomercolumns fietsvrouw (6)

Archieven

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • november 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • januari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014
  • oktober 2014
  • september 2014
  • augustus 2014
  • juli 2014
  • juni 2014
  • mei 2014
  • april 2014
  • maart 2014
  • februari 2014
  • januari 2014
  • december 2013
  • november 2013
  • oktober 2013
  • september 2013
  • augustus 2013
  • juli 2013
  • juni 2013
  • mei 2013
  • april 2013
  • maart 2013
  • februari 2013
  • januari 2013
  • december 2012
  • november 2012
  • oktober 2012
  • september 2012
  • augustus 2012
  • juli 2012
  • juni 2012
  • mei 2012
  • april 2012
  • maart 2012
  • februari 2012
  • januari 2012
  • december 2011
  • november 2011
  • oktober 2011
  • september 2011
  • augustus 2011
  • juli 2011
  • juni 2011
  • mei 2011
  • april 2011
  • maart 2011
  • februari 2011
  • januari 2011
  • december 2010
  • november 2010
  • oktober 2010
  • september 2010
  • augustus 2010
  • juli 2010
  • juni 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • oktober 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • februari 2009
  • januari 2009
  • december 2008
  • november 2008
  • oktober 2008
  • september 2008
  • augustus 2008
  • juli 2008

©2026 - Louise Cornelis
↑