Net uit: Fiets magazine van maart, met daarin weer mijn Fietsvrouwcolumn, over hoe ik in januari bij toeval verzeild raakte op de teampresentatie van de Vacansoleil-DCM-wielerploeg, met daarin mijn grote held Juan Antonio Flecha… en me toen prompt geen houding wist te geven!
Een transparant stukje beet
Zo af en toe kan ik het niet laten, een totale tekstmisser hier te posten. Ik heb er weer één… nouja, ik moet toegeven, het was hiervoor nog erger. Een tijdje terug was ik namelijk aan het googlen naar sites over vleesvervangers, om te reviewen voor Leven, en toen vond ik een enorm gedrocht. Sindsdien hoorde ik van de redactie dat die site inmiddels is vervangen, door ojah.nl. Minder erg dan wat ik eerder zag, maar nog steeds denk ik: huur een goede tekstschrijver in! De zaak is me sympathiek, maar zo moet het toch echt niet.
Drie voorbeelden. Allereerst vinden ze hun eigen slogan waarschijnlijk erg grappig:
het meest veelzijdige stukje… alternatief voor vlees en vis
Maar, anders dan het origineel, dat bekt toch echt niet. En wat is een ‘stukje alternatief’? Dat doet me denken aan de vaagtaal van enkele decennia geleden: het ging toen om een stukje bewustwording richting de ander.
Het tweede voorbeeld komt van de menu-pagina ‘Beeter verteld‘, waar ik ging kijken omdat ik dacht: ojee, dat moet toch geen t zijn, vertelt? Dat weet ik niet helemaal zeker, ik raak verstrikt in de vage abstracties:
Vegetarisme en flexitarisme zijn actuele maar complexe voedingsthema’s. Voor brede consumentenacceptatie van vleesvrije, veelal vegetarische producten is transparante informatievoorziening cruciaal.
U bedoelt?
Ten derde zitten ze dan nog met een probleem bij het woord beet. In de hier bedoelde betekenis die staat voor een bepaald mond- of kauwgevoel, wordt dat niet voor niets meestal uit het Engels ontleend: bite. Bij beet dringt zich toch echt aan mij die ene andere betekenis op, en dat is dat de ‘beet’ van, zeg, een varken, pijn doet. Vandaar dat ik glazig ga kijken bij een zin als:
Een wereldwijd unieke plantaardige eiwitbasis die zich makkelijk laat verwerken tot producten met de door velen zo gewaardeerde beet van vlees of vis.
Kan vlees bijten?
Ik snap steeds wel wat ze bedoelen, hoor, maar toch overheerst bij mij de gedachte: ‘Ach ja, helder, concreet en aantrekkelijk schrijven, het is echt een vak!’
Mevrouw De Vries – een tip? Nee, een must!
‘Boekentip’ is te zwak uitgedrukt voor De brievenbus van Mevrouw De Vries. Gekmakende post van onze (semi)overheid van Stephan Steinmetz. Dit móet iedereen lezen die te maken heeft met brieven aan klanten en burgers! Ik heb het vanochtend in één ruk uitgelezen, zowel griezelend als een heleboel herkennend.
Het boek laat haarfijn zien wat voor kloof er is tussen de belevingswereld van de brievenschrijvers en -ontvangers. Het richt zich op brieven van de (semi-)overheid, maar ik denk dat het geldt voor alle organisaties: de manier waarop er intern tegen de buitenwereld aan gekeken wordt (met in die buitenwereld klanten en burgers), zingt zich gemakkelijk los van die buitenwereld: de werkelijkheid zoals de ontvanger die ervaart. Communicatie komt daardoor niet aan: de lezer kan niks met de ontvangen post.
In de brieven die Mevrouw De Vries in de laatste jaren dat ze zelfstandig woont ontvangt, openbaart zich het marktdenken: zij is geen hulpbehoevende oudere dame, maar een kritische, rationele en actieve consument. Zo’n consument die elk jaar een bewuste afweging maakt tussen aanbieders van zorgverzekeringen en energie. Maar dat wíl Mevrouw De Vries helemaal niet. Zijn dat nou de zegeningen van de vrije markt?
Die markt, daar móet ze sowieso heel blij mee zijn, afgaand op de juichende toon waarin bijvoorbeeld wordt meegedeeld dat het aanvullende vervoer bij concessie anders georganiseerd gaat worden. Alwéér anders, weer meer versnipperd, weer een hogere bijdragen. En slechtere service. Mevrouw staat eindeloos te wachten op de speciale taxi. Maar zo moet ze dat niet zien natuurlijk: de aanbieder is steeds bezig met het leveren van zorg op maat! Een betere dienstverlening! Zo juichen de brieven.
Ook andere waarden van de schrijvende organisaties sijpelen door: transparantie (ze ontvangt een heleboel post waar ze niets mee moet of kan, en die als enige nut lijkt te dienen dat de schrijver aan een bepaalde communicatiebehoefte of -plicht heeft voldaan) en controle- en beheersdrang (een boel brieven lijken eerder aan de accountants en juristen gericht dan aan haar). Alles bij elkaar leidt het tot een enorme papierwinkel. En ze leest alles braaf, want het zijn tenslotte officiële instanties, en er kán iets in staan waar ze wel wat mee moet.
Wat ik interessant vind aan het boek is de mate waarin de brieven een inkijkje geven in het wereldbeeld van de schrijvers. Dat laat maar weer eens zien dat schrijven geen kwestie is van technische trucjes aanleren. Je kunt deze brievenschrijvers best een cursus ‘helder en begrijpelijk schrijven’ geven – van de voorbeelden gaan mijn vingers af en toe jeuken; kleine verbeteringen aan de teksten zouden best al wel wat helpen. Maar als hun wereldbeeld niet mee-verandert, blijven ze nog steeds op een voor Mevrouw De Vries vervreemdende manier schrijven.
Als tekstadviseur zou ik daarom niet meteen gaan herschrijven, maar twee andere dingen doen:
- In de eerste plaats zou ik de teksten aan de schrijver terugspiegelen. Daarmee bedoel ik dat ik ze hardop lees zoals ik denk dat ze gelezen worden, en dan leg ik de lezersreactie er dik bovenop. Ik laat zien waar ik van afhaak, waar ik van schrik, wat ik niet begrijp, wat voor beeld ik voor ogen krijg. Vervolgens kunnen we gaan praten over: hoe kan dit anders?
- In de tweede plaats zou ik schrijvers aanmoedigen om minstens één keer per week koffie te gaan drinken met een Mevrouw De Vries. Niet als functionaris, maar als buur, mantelzorger, vriend of familie. Daardoor blijft je wereldbeeld wat meer in balans. Ter vergelijking: toen ik bij McKinsey werkte, was ik blij dat ik in de Bijlmer woonde. Dat hield me met beide voeten op de grond.
Het boek en koffie met haar drinken: ik kan Mevrouw De Vries van harte aanbevelen!
Hypermodern adviseren
Meer dan tien jaar geleden bedacht ik dat de hiërarchische structuur van een piramidale tekst zich prima leent om gestalte te krijgen in een hypertext. Ik schreef daar in Adviseren met perspectief een paragraafje over (eerste druk is van 2002). Ik verwachtte en voorspelde toen dat binnen een paar jaar het digitale adviesrapport, in een andere dan lineaire vorm, gestalte zou krijgen.
Als ik kijk naar hoe de ontwikkelingen zijn gegaan, met de opkomst van e-readers en smartphones bijvoorbeeld, zou ik denken dat ik inmiddels al lang een keer gelijk had gekegen. Maar nee. Raar eigenlijk, want lezers willen eigenlijk heel graag meer digitaal kunnen lezen, ook rapporten (bron). En ze willen meer plaatjes en hapklare brokken – dat kan digitaal en met hypertext ook makkelijker.
Tegen die lezerswensen afgezet blijft de standaard rapportagevorm erg ouderwets. Moet dat niet eens veranderen? In de afgelopen maanden deed Alieke Zelhorst voor haar masterscriptie CIW aan de RuG onderzoek naar de haalbaarheid van adviesrapporten in hypertext. Daaaruit blijkt dat het écht kan, zo rapporteren, en dat een deel van de lezers het waardeert. Ik daag hierbij adviseurs uit om het zo eens te gaan proberen!
Dat het kan, blijkt allereerst uit de teksten die Alieke maakte, daarbij gebruik makend van de vaardigheden die ze heeft als communicatieadviseur en webdesigner van Bureau iMAGO. De teksten staan online, dus ze zijn te bekijken: twee adviesrapporten, allebei gestructureerd volgens het piramideprincipe, en allebei vormgegeven alsof het een website is, in elk geval: gebruik makend van de design-mogelijkheden van hypertext. De ene is voor MKB Energie, de ander voor ‘Terug naar het begin‘, gefingeerde bedrijven, maar beide rapporten zijn gebaseerd op echte (niet-piramidaal en lineair). Ze komen overigens het beste tot hun recht als je ze op een tablet leest, en dat is hoe Alieke het in haar onderzoek gebruikte.
In het onderzoek legde ze 20 zakelijke lezers het adviesrapport voor. De helft kreeg eerst de lineaire tekst te zien (letterlijk dezelfde tekst, maar dan als linaire tekst in PDF op de tablet aangeboden), de andere helft eerst de hypertext, en beide helften waren nog eens gelijkelijk verspreid over de twee rapporten. Alieke vroeg in een semi-gestructureerd interview naar de gebruiksvriendelijkheid van het document: bruikbaarheid, efficiëntie, leerbaarheid (mate van benodigde gewenning) en tevredenheid met deze rapportagevorm, eerst van de eerst aangeboden vorm, en daarna in een vergelijking met de andere.
De respondenten hebben geen uitgesproken voorkeur. De meeste vinden het menu van de hypertext handig en efficiënt, maar sommige respondenten vinden de PDF handiger. In de woorden van twee van de respondenten:
Ik vind het heel erg makkelijk dat je al die kopjes hebt en dat alles heel overzichtelijk hiernaast in een linker kolom staat. (over de hypertext)
Meer integraal. Ik vind het makkelijker eigenlijk. Je kan even door swipen terug en dan weer zo. Alles staat compleet. Deze vind ik makkelijker eigenlijk (over PDF)
Aan de hypertext moeten ze (natuurlijk) wat meer wennen. Maar al met al ontlopen de twee vormen elkaar niet zo erg.
Ongeveer evenveel respondenten hebben dus voorkeur voor de PDF als voor de hypertext. Dat is geen uitgesproken juichverhaal voor hypertext, maar er liggen wel degelijk kansen. Alieke adviseert om de hypertext nog eens onder de loep te nemen: die kan gebruiksvriendelijker, bijvoorbeeld door de hoeveelheid verplichte kliks te beperken. Die irriteerden namelijk sommige gebruikers:
Ik vind de linkjes niet handig. Het is te veel subsubsubpagina. Het voelt een beetje als verborgen info.
Ik mis het swipen. Het totaaloverzicht ben ik hier kwijt.
Maar hoe dan ook: sommige lezers, namelijke degene met een voorkeur voor de hypertext, zou je dus als schrijvende professional gelukkig kunnen maken door je adviesrapport zo aan te bieden. Nogmaals: wie durft dat experiment aan? Check wel eerst even bij je lezer, of die het ziet zitten. Zo ja, dan kun je hypermodern adviseren.
Bron: Zelhorst, Alieke (2013) ‘Hypermodern’ adviseren. Piramidaal adviseren in de vorm van hypertext. Masterscriptie CIW, Rijksuniversiteit Groningen.
Mattermap
Leuk stuk in de NRC van gisteren, over de mattermap, een nieuwe aanpak voor het brengen van complex nieuws. ‘Voor lezers die grip willen krijgen op het debat’, schrijft de krant. Het gaat om een schema dat lijkt op mindmaps en op de kaarten van de Argumentenfabriek, maar dan journalistiek toegepast: eenduidige relaties (vraag – antwoorden met standpunten), versimpeld, en met bronvermelding.
Het voorbeeld is een overzicht van de standpunten rond de vraag ‘Is er kans dat de nieuwe paus zwart is?’ Naar links splitsen takjes af waarvan het antwoord begint met ‘nee’, voorzien van relevante citaten als bewijsmateriaal. Naar rechts idem dito, maar dan voor ‘ja’. Fraai (met als enige kanttekening dat voor mijn gevoel de pijlen de verkeerde kant op wijzen, niet intuïtief zijn althans, want voor mij is de vraag het vertrekpunt).
Dit lijkt me een veelbelovend nieuw alternatief voor de traditionele berichtgeving over complexe debatten, in de vorm van een (lineaire) tekst. Sowieso denk ik dat er in de komende jaren nog wel meer apps komen als alternatief voor tekst. Sterker nog: binnenkort zal ik hier iets vertellen over een toepassing voor die Alieke Zelhorst, één van mijn scriptiestudenten, heeft ontworpen: het adviesrapport in hypertekst. Wordt dus vervolgd!
Net uit: Schrijfgedragverandering
In de nieuwe Tekstblad (jaargang 19, nummer 1) een column van mij met de titel ‘Schrijfgedragverandering’. Ik heb het daarin over een organisatie die X maakt, een complex product. Van de klanten moet dat klantgerichter. Dat zou voor de meeste organisaties en X’en reden zijn om een heel verandertraject in gang te zetten. Maar als X ’tekst’ is, zoals in het geval van veel kenniswerkers die niets anders concreets afleveren, volstaan de meeste organisaties met een traininkje van een dag of wat. Mij verbaast het inmiddels niet meer dat dat niet zo veel effect sorteert.
Aan het eind pleit ik voor één van de alternatieven: een tekstschrijver het ‘vuile werk’ laten opknappen. Die vindt dat namelijk nog leuk ook!
En zo zit het!
Gister weer eens iemand uitgelegd dat van die regels als dat je een zin niet met en mag beginnen ouderwetse schoolmeesterregels zijn, lees (en beluister) ik vandaag een blogpost op Kiezelblog met zo ongeveer letterlijk dezelfde boodschap. Het is alsof ik mijn eigen woorden hoor echo’en. Grappige gelijktijdigheid!
Lege plek op CD
Vorig jaar schreef ik over de woorden die indruk op me hadden gemaakt bij een solo-concert van Huub van der Lubbe. Daarom vind ik het nu wel leuk om hier te melden dat die woorden staat op zijn pas verschenen solo-plaat Simpel Verlangen. Het gaat om ‘Mijn liefjes ogen’ – overigens een nummer dat De Dijk ook al op plaat had gezet. Op Simpel Verlangen klinkt het overigens minder trots en arrogant dan wat ik me van vorig jaar herinner. Toch blijft het een fraai nummer, en de CD is sowieso de moeite waard!
Oase uit
Deze week verschenen: Oase Magazine 4, nr. 4, met daarin weer drie mini-columns over sport van mij. Wat wel grappig was: ik krijg altijd thema’s op, en dit keer waren twee daarvan ’trots’ en ‘wijs’. Ik ging met een sporter praten over waar hij trots op was, en uiteindelijk werd dat de column voor het thema ‘wijs’. Want hij was trots op al jaren met verstand sporten!
Hoe neutraal moet je zijn?
Eerder op de middag was er op Radio 1 een interessante discussie over het gebruik van de term brokkenpaus door de NOS gisteren. Was dat nou niet te gekleurd en kritisch, had dat niet wat neutraler gemoeten? De discussie echode bij mij aan discussies die ik vaak heb met schrijvende adviseurs – gister nog. Als je gaat samenvatten, interpreteren – en dat moet om er een interessant verhaal van te maken – dan ontkom je niet aan kleur bekennen. Neutraliteit is een illusie; objectiviteit bestaat niet – zeg ik dan wel eens, in dat kader.
Alleen al als je feiten selecteert, en dat moet om te kunnen schrijven of radio te kunnen maken, maak je keuzes en ben je dus aanwezig als schrijver/radiomaker. Dat kan niet anders, en zeker niet als het een beetje interessant en leesbaar/luisterbaar moet zijn: als je het goed doet, stem je je kleuring af op het publiek.
Ik vind brokkenpaus motiveerbaar, en ik vind het daarnaast ook een aardige taalvondst. Van mij mag het wel, dus. Maar je kunt het er ook mee oneens zijn. Dat is inderdaad het risico van meer met de billen bloot gaan als schrijver. Het verlangen om ‘neutraal’ te zijn is vaak een verhulde angst daarvoor – dat men over je kan vallen.
Een adviseur met lef durft niet alleen de feiten op een rijtje te zetten, er zogenaamd neutraal buiten blijvend, maar ook het beestje bij de naam te noemen.
