De komma is op z’n retour
Vandaag precies een jaar geleden schreef ik een blogpost over opvallende, storende komma’s in een boek uit de jaren ’70 dat ik net had herlezen. Eerder deze maand verscheen er op neerlandistiek.nl een artikel waaruit ik begrijp dat de komma’s in dat boek mogelijk nog wat langer geleden, namelijk tot in de jaren ’50, wel volgens de regels waren.
Of nouja, regels zijn er niet echt, volgens de conventies dan. In elk geval: in oude romans staan meer komma’s en die volgen het syntactische principe: ze staan op plekken die de zinsstructuur markeren. In ‘mijn’ boek wemelde het inderdaad van die gevallen als het voorbeeld in het artikel: een komma voor voegwoord dat.
Tegenwoordig gebruiken we minder komma’s, mogelijk steeds minder zelfs, en volgen we meer het ritmische principe: een komma op plekken waar rust nodig is. Die rust voeg ik in tijdens het lezen, vandaar dat die overdaad aan syntactische komma’s voor mij haperend lezen: te veel pauzes tussen zinsdelen waar dat niet nodig is. Het ritmische principe oogt – voor moderne ogen – vlotter.
Ik wist dit niet, ik leer dit van ‘Jong Neerlandistiek’. Had ik dat als 60-jarige neerlandicus eigenlijk wel moeten weten? Ik weet niet van wanneer het aangehaalde onderzoek van Van der Sijs is, misschien is dat wel recent. En anders heb ik eerder wat gemist.
Wat ik me bij dat boek van vorig jaar wel nog afvraag: is dat dan door een ouderwets iemand vertaald of geredigeerd? Want in de jaren ’70 was het toch echt al in die ritmische richting veranderd, begrijp ik. Of niet helemaal nog? Misschien weet ik dat over weer een jaar?

Reacties
De komma is op z’n retour — Geen reacties
HTML tags allowed in your comment: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>