De d’s en t’s van ‘mijn’ schrijvers
In mijn stukje over het VIOT-congres schreef ik dat ik nog apart zou terugkomen op spelfouten van ervaren schrijvers. Dat was naar aanleiding van de presentatie van Alex Reuneker, taalkundige en beheerder van de website Gespeld.nl, waar je kunt oefenen met werkwoordspelling (en daarnaast ook bevriende mede-sporter, maar dat terzijde). De data die het oefenen op Gespeld.nl oplevert, gebruikt Reuneker voor analyses: wat zijn de struikelblokken in de werkwoordspelling?
In de lezing laatst ging het over de fouten die ervaren schrijvers maken. Het ging om 453 personen met een WO- of HBO-achtergrond. Die blijken minder fouten te maken dan scholieren, en ook andere. Op de eerste plaats bij die ervaren schrijvers staan leenwerkwoorden. Die hebben wat freaky kanten. Het is bijvoorbeeld hypeten, ik basketbal versus baseball (want verschil in uitspraak), gestrest (met 1 s want gewoon Nederlandse regel) en geüpdatet, wat een idioot woordbeeld oplevert. Op 2 staan de homofonen van de tweede persoon: word je, versus wordt je broer ziek?
De gebiedende wijs met een misplaatste t erachter (houdt rekening met) staat niet in de top-drie, terwijl die bij scholieren op 2 staat. Scholieren hebben minder problemen met de leenwerkwoorden, wat wellicht een leeftijdskwestie is. Zij schrijven altijd al geüpdatet, mijn generatie heeft dat ooit moeten aanleren.
Wat mij opviel bij de lezing, was dat ik in het werk van ‘mijn’ schrijvers volgens mij nooit fouten met de leenwoorden aantref, en ook niet met die homofonen van de tweede persoon. Wat ik het meest zie, is wat die leerlingen ook fout doen: gebiedende wijzen met een t erachter waar dat niet moet. Gister had ik er twee achter elkaar in één tekst, allebei in een opsomming met andere gebiedende wijzen waarbij je hoort dat er geen t achter moet: regel, bepaal. Dus de leden van de opsomming begonnen met zoiets als: regel, bepaal, houdt, en onderzoek. Vind ik altijd frappant, kennelijk ziet zo’n schrijver de inconsistentie niet.
Die twee achter elkaar brachten de totaalscore van d/t-fouten in het werk dat ik sinds die lezing eind januari onder ogen heb gehad op vier. Dat was drie keer de gebiedende wijs en één keer gebeurd in plaats van gebeurt. Vier fouten in een dikke maand, valt nogal mee, en dat klopt – ik werk met echt goede schrijvers. Het is zo weinig dat er qua onderzoek niets over te zeggen is. Ik verzamel verder.
Maar ondertussen dan toch: hoezo zijn ze zo anders dan in Reunekers data? Ik denk dat dat er vooral aan ligt dat noch leenwoorden noch de tweede persoon veel voorkomen in de teksten die ‘mijn’ schrijvers schrijven, en gebiedende wijzen juist wel. Zo formuleren ze immers veelal adviezen.
Als ‘mijn’ schrijvers op Gespeld.nl zouden oefenen, komen ze daar problemen tegen die in hun dagelijkse schrijfwerk niet voorkomen. Dat is niet erg natuurlijk, vooral niet omdat ze wel voor kunnen komen, in je eigen werk of als je bijvoorbeeld je kinderen met huiswerk helpt, ik noem maar wat. In mijn geval wil ik echt wel weten hoe je geüpdatet schrijft, ook al gebruik ik het zelf nooit: ik wil gewoon weten hoe het moet. Ik had Reunekers vijf opgaven gelukkig allemaal goed, maar gestresst kwam daar niet in voor en zou ik met twee s’en schrijven. Weer wat geleerd dus.
Het allerbelangrijkste is dat je leert de problemen die in je eigen werk wél voorkomen op te lossen. Dus vraag ik me af: is er een truc om zeer ervaren en goede schrijvers bewust te maken van die inconsistentie in hun gebiedende wijzen? Bij de homofonen dringt het woordbeeld met een t zich kennelijk enorm op. Wat zou daartegen te doen zijn?

Wat mooi dat je hiermee bezig bent, Louise! Ik denk net als jij dat het ligt aan de relatieve zeldzaamheid van sommige categorieën. Dat maakt het soms ook lastig om de resultaten van Gespeld te vergelijken met de echte schrijfpraktijk, of dat nu die van leerlingen of professionals is. Een van mijn studenten is nu bezig een aantal ‘contextuele schrijftaken’ te ontwikkelen om dat probleem op te lossen. Daar hoor je hopelijk later meer over. Voor nu zou je, wat die gebiedende wijs, de recente publicatie ‘Onthoud de gebiedende wijs! De spelling van de gebiedende wijs in het voortgezet onderwijs’ (Reuneker & Hogewoning, 2025) in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 141(4) kunnen bekijken op https://doi.org/10.5117/TNTL2025.4.001.REUN. Hopelijk heb je er wat aan! Overigens verschaft het feit dat je weinig fouten tegenkomt mij ook nieuwe en interessante informatie, hoor en dat waardeer ik erg!
Interessante observatie, Louise. Je ziet in eigen schrijfwerk overigens dat schrijvers woorden waarvan ze de spelling niet goed kennen ook vermijden (zie onder andere Jansen-Donderwinkel et al., 2002). Een dictee (of een spellingopdracht) lokt in zekere zin fouten uit; je gaat eerder twijfelen of het woord klopt of niet.
Bij het nalezen van je tekst zie je die fouten ook vaak over het hoofd. Zie ook Chamalaun et al. (2025) in Morphology (https://doi.org/10.1007/s11525-025-09444-3). Het frequentie-effect speelt ook hier een rol, al laten de oogbewegingen wel zien dat er een bepaalde vertraging optreedt. Blijkbaar wordt er dus toch iets opgeroepen van ‘hè, klopt dat nou wel?’
Een mogelijke oplossing is om te werken met gefocuste revisie. In het didactiekboek dat ik met Esther Hanssen schreef lichten we dit nog verder toe (Hanssen & Chamalaun, 2024). In de kern komt het erop neer dat je je tekst naleest met een heel ‘specifieke bril’ op: markeer de werkwoordsvormen in je tekst en controleer of je ze correct gespeld hebt (even kort door de bocht).
Interessant om te lezen, Louise! Ik kende Gespeld.nl niet en kwam toevallig via LinkedIn bij dit artikel.
Ik herken niet dat jongere schrijvers ‘geüpdatet’ beter schrijven. Mijn studenten vinden het maar gek.
De vraag over de truc aan het eind zou ik anders stellen: het lijkt mij dat ervaren schrijvers niet met trucs moeten werken, maar met inzicht: bij de gebiedende wijs gebruik je de ik-vorm.
Overigens vind ik het interessant dat je ‘Gister’ en ‘HBO’ schrijft. Geen werkwoordspelling, maar niet correct. Ben benieuwd wat daar achter zit.
Dank voor jullie reacties. Ik ga naar de verwijzingen kijken, hopelijk lukt dat volgende week.
Voor wat betreft de suggesties om het ‘mijn’ schrijvers beter te laten doen: de verhouding tussen ons is een heel andere dan in het onderwijs. Mijn rol is onder andere om zulke fouten eruit te halen voor publicatie (overigens is het grootste deel van mijn werk aan die teksten gelukkig stukken interessanter dan dat). Ik kan ze daarom geen schoolse dingen laten doen, zo van: ‘en lees het nu zelf nog eens goed na daarop’. Dat gebiedende wijzen op een -d geen -t erachter krijgen, weten ze, althans, dat heb ik in mijn feedback al regelmatig uitgelegd. Dat de fout desalniettemin zo hardnekkig is, en dat ze zelf zo’n, in mijn ogen opvallende en rare, inconsistentie niet zien, dat vind ik fascinerend.
Tot slot: ik weet niet wat er mis is met ‘gister’ en ik spel hier inderdaad zoals ik zelf wil. Heb bijvoorbeeld ook jarenlang ’typfout’ geschreven in plaats van ’typefout’ voordat dat ‘mocht’. Ik zou hier ook rustig ‘gestresst’ schrijven, als dat ooit aan de orde zou zijn.
Ik heb de twee artikelen ondertussen gelezen, dank voor het verwijzen.
@Alex, bij jouw artikel dacht ik: die leerlingen lijken enorm op ‘mijn’ schrijvers. En ik ging me ook afvragen hoe vroeger het onderwijs in de spelling van de gebiedende wijs was. Ik herinner me dat niet. Ik weet in elk geval wel dat een slechte basis in de d’s en t’s je op volwassen leeftijd nog steeds parten speelt. Althans, dat hoor ik wel van zwakkere spellers. Dus mogelijk liet vroeger het onderwijs daar ook steken in vallen. Maar dat is speculatie.
@Robert, in eerste instantie dacht ik: mooi we dat markeren van vervoegingen dus niet voor niks doen: als lezers er gevoelig voor zijn, heeft het met de spelling onderscheid maken tussen homofonen dus zin. In tweede instantie dacht ik: of is het alleen maar omdat deze lezers het herkennen als ‘fout’ en daar dus even op haperen? Dus stel dat de regels het al dan niet markeren van een vervoeging vrij laten, zouden lezers dan nog haperen, of niet? We kunnen in spraak ook prima zonder het onderscheid, maar daar heb je natuurlijk een boel andere informatie om de verwerking te helpen.
Leuk om over na te denken in elk geval!